Categorie archief: sxsw

Kunnen AI systemen echt denken?

In het panel Adam Cheyer, VP of Technology bij Viv Labs, waar ik al eerder enthousiast over was, Rana el Kaliouby van Affectiva, een bedrijf dat zich specialiseert in emoties en technologie, en Oren Etzioni van het Allen Institute of AI. Mensen uit de loopgraven van de AI wereld dus!

Kunnen AI systemen denken - Panel by SXSW 2016

Op de vraag of algemene AI ooit slimmer zal worden dan de mens stak ongeveer 60% van de zaal hun hand op, en 30% dacht van niet. Een goede kickoff van prima discussie over wat er nou wel en niet goed kan met AI.

Wat nu al heel goed werkt zijn systemen die leren met “supervised learning”. Je geeft de software input (foto’s bijvoorbeeld, of geluid van gesproken woord, of 1 miljoen potjes Go) en je vertelt de software wat het goede antwoord was. Door de grote stappen in Neurale Netwerk algoritmes van de afgelopen jaren, plus heel geschikte hardware om grote analyses te doen in de vorm van GPU’s, plus de aanwezigheid van heel veel data om mee te trainen zijn deze systemen nu heel goed in hun taak geworden. Maar dan alleen in die taak. De AlphaGo computer die nu wint van de beste Go speler ter wereld kan niet schaken. En hij zal ook nooit zeggen dat hij vandaag niet zo veel zin heeft. De AI specialisten zien deze overwinning dan ook als een kleine (maar knappe) stap in het veld van AI.

En daar zit een belangrijk punt. AI systemen van nu zijn heel nauw, gespecialiseerd in 1 taak en die beter doen dan een mens. Maar laat zo’n systeem eens een test zien die een kind in groep 4 kan maken, dan heeft de software geen kans. Een tekeningetje van een bal en een plank, met de vraag ‘wat gebeurt er als de bal wordt losgelaten’ is voor een kind makkelijk, voor een AI voorlopig onmogelijk. Daarmee is een schooltest voor een 4-jarige voor een AI systeem veel moeilijker dan een potje Go.

Waar AI ook nog moet groeien is in perspectief. Een debat houden met een AI systeem zal niet zo snel lukken, omdat die zich niet kan verplaatsen in het standpunt van de ander, en daar op in kan gaan. Ook zijn er in de taal nog uitdagingen genoeg, met zinnen waarbij wij uit de context halen welke variant wordt bedoeld.

En die Turing test dan? De Turing test is vooral een test voor menselijke goedgelovigheid. Als je werkelijk onzeker bent of een systeem een mens of een computer is, heb je niet genoeg je best gedaan om de computer te ontmaskeren. Maar gek genoeg vinden mensen dit ook niet altijd erg. Anders dan van te voren was voorspeld wordt er heel veel gewoon gekletst tegen Siri. De bouwers dachten dat de nadruk vooral op productiviteit zou liggen, maar het gebruik was dus anders. Daarom is Siri een beetje aangepast, en geeft het soms kleine verrassingen in het antwoord waardoor het meer menselijk klinkt.

En als die AI er dan is, hoe kan je dan vertrouwen dat ‘jouw AI’ ook werkelijk in jouw belang handelt? Dat vereist vertrouwen. Bij Viv Labs bouwen ze dat op door heel transparant te zijn in wat Viv leert over je. “Viv wants to know this, is that ok and do you want me to remember it?” En je kan later altijd bekijken wat Viv over je weet, en je kan het wijzigen. Er moeten ook richtlijnen komen voor hoe een AI systeem interacteert met de mens, net zoals Apple de ‘human interface guidelines’ heeft opgesteld. Dit is een nieuw gebied en er is nog veel te leren.

En lopen onze banen gevaar? Jazeker, dat is nu al bezig en zal in de toekomst groter worden. Banen die echt risico lopen zijn bijvoorbeeld vrachtwagenchauffeur, maar ook accountants en analisten, zoals eerder al beschreven. Kevin Kelly vertelde er later op de dag over: De banen die gevaar lopen zijn die waarbij productiviteit centraal staat. Daar kan uiteindelijk het werk worden vervangen door een AI systeem. En er ontstaan nieuwe banen; Kelly zegt dat een toekomstige vereiste kan zijn ‘kan overweg met AI systemen’.

Voorlopig is het dus nog niet ‘mens tegen machine’ maar is het ‘mens, geholpen door machine’. Maar iedereen in het panel is er van overtuigd dat het op een dag wel mogelijk gaat worden dat een algemeen AI systeem beter zal zijn dan de mens in de meeste taken. Het zal alleen veel langer duren dan de buitenwereld nu denkt.

Werk in een geautomatiseerde toekomst

Door robotisering en kunstmatige intelligentie gaat werk veranderen. In het panel Robbie Allen, CEO van “Automated Insights”, een bedrijf dat uit data leesbare verhaaltjes produceert, en Dennis Mortensen van x.ai, een bedrijf dat een soort virtuele persoonlijke assistente ontwikkelt, die voor jou je meetings kan plannen door via email te spreken met de andere partijen van de meetings. Beide zeggen dat ze geen bestaande banen vervangen; de geautomatiseerde artikelen werden tot nu toe niet gemaakt, en de x.ai assistente is voor alle gebruikers niet een vervanging van een bestaande secretaresse. Toch zijn ze er niet zeker van dat er nooit banen verloren zullen gaan.

Kijkend in het verleden zie je dat het werk wat vooral verloren is gegaan, mechanisch herhalend werk is. Een auto in elkaar zetten. Bomen rooien. Landbouw. En in de toekomst loopt misschien ook de vrachtwagenchauffeur gevaar om vervangen te worden. Maar in de (nabije) toekomst zijn ook de banen met intellectueel herhalend werk niet meer zeker. Denk aan accountants. Of analyse in de medische wereld. Of productie van artikelen uit informatie, in de sport- of financiële wereld bijvoorbeeld.   

  

Maar wat moet je dan nu leren, om in de toekomst een baan te houden? De ondernemers zeggen: ondernemerschap is zeer toekomstbestendig. Mortensen vertelt dat hij z’n dochters vooral aanraadt informatica te gaan studeren, want in die sector blijft altijd werk om de systemen te bouwen, onderhouden en verbeteren. En beveiligen. 

Maar ja; niet iedereen (Mortsensens dochters bijvoorbeeld, tot zijn groot verdriet) wil of kan ondernemer zijn, of informaticus. Wat dat betreft zijn er geen simpele antwoorden.

En ontstaan er dan geen nieuwe banen? Jazeker wel. Bij x.ai werken 20 mensen aan het trainen van de kunstmatige intelligentie software. En werken mensen aan de interactie van de AI met mensen; wat moet de identiteit en toon zijn van de virtuele assistente. 

Duidelijk is dat de kracht van software in de toekomst alleen maar groter gaat worden. En op de vraag wat dit betekent voor de mensen die niet in die sector zitten, hebben deze internet ondernemers ook geen pasklaar antwoord. De kans is groot dat hierdoor de ongelijkheid toe gaat nemen: de eigenaren van de ai krijgen een steeds groter stuk van de taart. 

Viv – De nieuwe super-Siri

Mooi verhaal van Dag Kittlaus. Hij is een van de makers van Siri, de startup die destijds is overgenomen door Apple. Vlak na de uitrol van Siri in iOS heeft Kittlaus Apple verlaten, en heeft nu een aantal van zijn oude mensen weer bij elkaar voor een nieuw initiatief: Viv.

Viv moet een echt artificial intelligence platform worden. Om het te begrijpen wat ze willen is het goed om dit te vergelijken met Siri. Siri biedt een beperkt aantal diensten, namelijk de diensten die de Apple ontwikkelaars hebben aangesloten. Zo kan je vragen wat voor weer het morgen is, of hoe de Lakers hebben gespeeld. Viv wil dit anders gaan doen, door een platform te zijn voor alle diensten die mensen maar willen aansluiten, en intelligentie bouwen die over al die bronnen heen kan werken.

Je kan dan bijvoorbeeld vragen: “Wat voor weer was het tijdens de super bowl”. Viv gaat dan aan de slag met dat verzoek, door eerst uit te vinden wat dat is, een ‘super bowl’, ontdekt dat dat een evenement is op een bepaalde plaats en datum, en vervolgens daar het weer bij zoekt. Maar het kan ook ingewikkelder: “Waar kan ik straks goedkope wijn halen die goed bij lasagne past als ik naar mijn broer rij?”. Viv gaat dan uitzoeken waar je heen rijdt, opzoeken welke wijnen goed zijn bij vlees en kaas, en waar die te krijgen zijn op de route. En je kan Viv zelfs om 2 uur ’s nachts zeggen: “Ik ben dronken”. De dienst begrijpt dan dat je gebruikelijke Lyft of Uber moet worden opgeroepen om je naar huis te brengen.

Het verdienmodel van Viv is dan een commissie op de transactie, “een beetje als de American Express van AI”. Ze zijn zichzelf als aanbieder van een infrastructuur, en denken dat behalve het Wifi- en Bluetoothlogo straks ook het Viv logo (een V met een streepje er boven) op apparaten en in software zal verschijnen, om te laten zien dat deze Viv compatible zijn.

Ook werd er nog gesproken over de vraag ‘Gaan we nu onze baan verliezen’. Kittlaus denkt dat er inderdaad gevaar is voor een heel aantal soorten werk, dingen die makkelijk vervangbaar zijn door robots of software. Maar dat hoeft niet meteen tot grote werkloosheid te leiden: “De agrarische sector geeft nu nog maar werk aan 3% van de bevolking terwijl onze opbrengsten toch veel hoger zijn geworden, en alle boeren niet werkloos over straat lopen”. Hij denkt dat Augmented Reality kan helpen bij het omscholen van de oude ‘blue collar workers’ naar een nieuwe broodwinning. Opleiden en leren gaat veel makkelijker en sneller als technologie met je meekijkt, en je aanwijst wat je moet doen.

Kittlaus is er ook van overtuigd dat machines op termijn beter zullen denken dan mensen. En weet ook niet wat er dan gaat gebeuren, ‘dat is niet te voorspellen’.

Viv is een zeer ambitieus project, maar als je kijkt naar wie er achter zitten en de eerste indrukken die mensen van het prototype krijgen zou het zomaar kunnen slagen. Dit jaar gaan we er nog iets van zien, beloofde Kittlaus. Meer over Viv kan je vinden op Viv.ai

Obama op SXSW

President Obama op SXSW. De toegangskaartjes gingen via een loterij, waarbij uiteindelijk ongeveer 1400 mensen zo gelukkig waren om ingeloot te worden. Waaronder ik. Ik vond het geweldig om bij geweest te zijn, en om hem in het echt te zien. Hij was heel op z’n gemak en ontspannen, reageerde snel op publiek en interviewer. Je kan goed zien dat hij dit vaker heeft gedaan ;-). Hij zei 3 dingen.

IMG_5485

1. De overheid is zo slecht nog niet. Er is altijd veel (cynische) aandacht voor hoe slecht het allemaal is, en de processen waarbij je als burger met de overheid te maken hebt (zoals bijvoorbeeld bij het verlengen van je rijbewijs, of aangeven van belasting) zijn ook onprettig, hoe je het ook maakt. Maar heel veel dingen werken wel goed, en ook steeds beter. Alleen merk je dat niet. Er verandert veel, ondanks dat je dat verhaal niet hoort. Er zijn wel degelijk veel dingen veranderd rondom de financiële markt, met extra regels en aanpassingen. De financiële markt is nu veel stabieler daardoor. Maar dit verhaal hoor je niet, want is saai. De overheid kan wel beter gaan reageren op het moment dat er contact is met de burger. Op dat moment kan je dan namelijk als overheid zelf het positieve verhaal vertellen, bijvoorbeeld over wat er gebeurt met het belastinggeld.

2. Veel onvrede over bedrijf vs overheid (de overheid is log, bedrijfsleven is snel) ontstaat ook omdat sommige overheidsproblemen simpelweg veel moeilijker zijn dan de problemen die bedrijven aanpakken. Regel maar eens onderwijs voor de allerarmste kinderen, verijdel maar eens een terroristische aanslag. Daarmee vergeleken is de perfecte latte maken een stuk makkelijker. Ja dat was zijn voorbeeld.

3. Als we de nu overheid opnieuw zouden uitvinden, zou dat met veel meer technologie en data kunnen en zouden we, bijvoorbeeld door sociale media, veel meer samen kunnen werken om de problemen op te lossen. Het Witte Huis neemt ook initiatief hierin met het ‘Digital Services Team’, die bestaande overheidswebsites en processen verbetert. Hier werken mensen van Google, Facebook etc, voor een paar weken tot maanden aan een bepaald project. Hij deed ook een oproep aan SXSW om daar aan te denken: Hoe kan ik deze ‘cool next thing’ gebruiken om burgers meer betrokken te maken. Mensen moeten af van de mindset dat iemand anders het wel regelt voor ze. Zijn kreet destijds was tenslotte ook ’Yes we can’, en niet ‘Yes I can’.

IMG_5465

Privacy vs veiligheid

Obama werd gevraagd wat zijn standpunt is in de zaak Apple vs FBI. Hij kon op die zaak geen specifieke dingen zeggen, maar vertelde wel zijn algemene standpunt. Sterke encryptie is heel belangrijk. De overheid wil zichzelf ten slotte ook beschermen tegen hackers; die moeten niet in staat zijn om bijvoorbeeld de luchtverkeersleiding te ontregelen. Tegelijk wil hij niet dat de overheid altijd voor alles in iemands telefoon kan kijken. Maar stel dat er een onkraakbare telefoon was, dat zou volgens Obama toch te extreem zijn. We kunnen dan niets meer doen aan kinderporno, of terrorisme voorkomen. Een dergelijk absoluut standpunt is niet haalbaar, er moet een balans gevonden worden tussen privacy en veiligheid, met een sterke procedure (net zoals je nu een bevel nodig hebt voor een huiszoeking), en een orgaan dat overzicht houdt op naleving van die procedure. Een absoluut standpunt leidt tot niks maar de gevaren zijn echt. En als we niks doen doet een volgende regering dat wel als het een keer goed mis is gegaan. Beter dat we dit nu doen.

Al met al een heel helder verhaal, of je het er mee eens bent of niet. Hij kan dingen goed uitleggen, en had z’n verhaal goed afgestemd op het publiek. En het was heel leuk om bij geweest te zijn. Dit zijn de evenementen die je over een paar jaar nog kan herinneren.

sxsw15 notes – How the data era will build high performance humans

Een sterk panel met goede sprekers, o.a. Haile Owusu, de chief data scientist van Mashable en Victor Cruz, een wide receiver van de New York Giants. Dat is american football ;-). Hier is alle info over het panel.

Cruz vertelde over wat er allemaal wordt vastgelegd bij de Giants. En dat is heel veel. Voor wide receivers is snelheid het belangrijkste, dus wordt van iedere training vastgelegd wat hun maximum snelheid was. Blijft deze hoog, door de week heen? Hoeveel afstand wordt afgelegd? Ze gebruiken horloges om hun slaap vast te leggen, die data wordt ook meegenomen.

Iedere speler krijgt iedere week een boekje met z’n uitslagen. Hoeveel slaap, hoeveel mijlen gelopen, maximum snelheid. Dit is leuk en geeft onderlinge competitie. En het verandert hun gedrag: Spelers gaan eerder slapen, omdat ze zien wat het effect is op hun snelheid.

De staf rond het team gebruikt de data ook. Data is blind en doof, en kan eventuele vooroordelen weghalen; Owusu maakt de case voor machine learning. Tegelijkertijd is er altijd menselijke interpretatie nodig. Data kan een gesprek over training makkelijker maken, doordat je naar iets kan wijzen. “Kijk, hier is iets opvallends” is een goede start van een conversatie.

In de sportschool kan data ook worden ingezet. Mensen die zo efficient mogelijk willen trainen kunnen data gebruiken om hun trainings-geschiedenis meteen bij zich te hebben, en een stapje verder kunnen zetten. Sommige gym-apparaten zijn daar al op voorbereid: Je loopt er heen, het apparaat verbindt zich met je device, en stelt zich alvast goed in. Voordeel voor de apparaten-leverancier is dat ze veel data krijgen en op die manier optimale workout strategieën kunnen ontwikkelen.

Mensen die gemotiveerd worden door onderlinge competitie kunnen data ook goed gebruiken. Equinox liet een video zien van een spin-class, waarbij er twee teams waren die op een groot beeldscherm een onderlinge wedstrijd reden. Dat is een stuk betere manier dan achterin de groep je apparaat stiekem minder zwaar zetten dan gevraagd ;-).

En wat moet je dan met die data? Daar is nog veel in te winnen, daar was men het er over eens. Als je veel data verzamelt kan je correlaties vinden. Maar vertrouw je die correlatie dan? Dat is voorlopig mensenwerk. En in een professionele omgeving is dat ook beter; je hebt een open ruimte nodig, coaches zullen nooit echt kunnen worden vervangen door machines. Atleten zijn ook makkelijker coachbaar dan normale mensen, ze nemen advies beter aan.

En wat is de toekomst? Gervais zegt: Er moeten systemen en strategieën komen waardoor mensen zelf kunnen gaan zien wat goed is voor ze. En ze op een verantwoorde manier tot het randje kunnen worden geduwd, maar binnen veilige grenzen. En de grote onbekende wereld die voorlopig buiten het meten valt zijn de gedachten. Deze wereld kan grote invloed hebben; ruzie met je vriendin of stress rond een transfer kan effect hebben op je prestatie, en dit valt voorlopig buiten wat praktisch meetbaar is.

Cruz wil graag één apparaat wat alles meet. Nu is het lastig om dingen te correleren omdat metingen in verschillende apps komen. En Owusu ziet in de toekomst mogelijkheden met computer vision. Automatische beeldherkenning  zou op die manier sleutel momenten in een video kunnen annoteren, wat veel zou kunnen helpen.

Een fijne en sterk geleide sessie waarbij duidelijk wordt dat dit er veel gebeurt op het gebied van sport en data, en dat er ook nog heel veel te doen is. Kansen volop.

 

sxsw15 notes – How to Prepare for The Tidal Wave of Big Data Jobs

Data wordt steeds strategischer voor bedrijven. Daarom zie je tegenwoordig soms de functie ‘Chief Data Officer’ of ‘Chief Analytics Officer’. Probleem is dat er te weinig mensen te vinden zijn voor deze functies. Dit panel ging over dat verschijnsel: Wat is nou dat werk, waarom is het tof, en wat zijn kwalificaties.

In het panel de Chief Analytics Officer van New York City, de Chief Digital Officer van het MoMa in New York en de oprichter van de Digital Officers Club. Alle info is hier te vinden als je dat wilt nazoeken.

De functies als ‘Chief Analytics Officer’ ontstaan niet zo maar, in een organisatie. Een effectieve manier om de noodzaak van die functie aan te tonen is door te gaan kijken naar een probleem wat op dat moment gezien wordt door de organisatie, en dat dan te proberen op te lossen met data. Daaruit volgt dan als vanzelf dat je mensen nodig hebt om dat werk uit te voeren en is de ‘data functie’ geboren.

De Chief Analytics Officer van New York vertelde hoe zijn dag er uit zag. Centraal voor zijn werk is altijd: Welke processen gebeuren er in New York, welke nieuwe diensten zijn er voor de New Yorkers, welke problemen zijn er daar mee. En als die problemen er zijn kijkt hij naar het landschap van data. Welke data is er allemaal. In New York heeft hij veel moeite gedaan om alle eilandjes van data te verbinden. Dat vereist praten, uitleggen, vragen. Een belangrijke skill voor een Chief Analytics Officer.

Hij gaf een mooi voorbeeld van het nut van analytics binnen New York. Vorig jaar zijn er bij een brand een aantal brandweermannen om het leven gekomen omdat het appartement illegaal verbouwd bleek te zijn. New York heeft inspecteurs die daar op toezien, maar die hebben natuurlijk een eindige hoeveelheid tijd en moeten kiezen waar ze langs gaan. Door analytics te draaien op onder andere de belastinggegevens van verhuurders konden ze een veel betere set maken van potentieel illegaal verbouwde appartementen. Het percentage sluiting op geïnspecteerde appartementen ging daardoor van 13 naar 70 procent, enorm veel beter dus. Analytics redt levens, mensen.

Vervolgens kwam de discussie op het onderwerp: Hoe kan je de vereiste mix van skills krijgen? Sreenivasan tipte een ‘Computational Journalism’ cursus die Columbia geeft. Mashariki vertelde dat de analytische skills een vereiste zijn, en daarnaast iets als gedragswetenschap of psychologie ook vereist is.

Hoe vind je die mensen, als organisatie? New York doet dat als volgt: Ze geven een bepaald probleem, en zeggen: Los dit op met data. Je hebt een week. De persoon die dit oplost, er een goed verhaal bij heeft, én die andere gemeente instanties heeft gebeld voor data, is geschikt voor de baan. Kijk op nyc.gov/analytics om te zien hoe dat er uit ziet.

En als je ze hebt, hoe richt je je organisatie dan in? Bij LinkedIn was er eerst een centraal team met data scientists, die alle vragen oplosten. Dit team was groot genoeg om een andere organisatie-structuur te testen, en ze werken nu decentraal. Per afdeling 2 data-scientists. Dit werkt goed omdat die de medewerkers van die afdeling dan gaan leren hoe ze dingen moeten aanpakken. De kennis wordt zo breder in de organisatie. Als je de luxe niet hebt van een dergelijk groot team moet het centraal. Het risico bestaat dat een eenzame data scientist alleen maar opdrachtjes krijgt van een product manager, en na een jaar gek wordt om alleen maar sql te tikken.

Hoe zien ze de toekomst van data science? Dat de resultaten meer ‘ambient’ worden. Nu is het rapportage op verzoek, dit moet veranderen in weergave van de dingen die je moet weten, op een meer laagdrempelige manier, bijvoorbeeld via wearables of andere meer ‘ambient’ displays.

Al met al een mooi overzicht van dit werkveld en nuttige tips.

sxsw notes: The In-Stadium Fan Experience in MLS

Een panel met goede moderator Bretos, een anchor van ESPN, en drie eigenaren van MLS voetbalclubs. Alle details kan je hier vinden als je dat wilt.

Major League Soccer is in de VS inmiddels de 4e sport, met een bezoek per wedstrijd dat vergelijkbaar is met de Eredivisie in Nederland. Volgens kenners is het niveau op sportief gebied ongeveer Eerste Divisie, maar dat kan de pret niet drukken.

Het panel ging vooral over de stadion-ervaring. Leuk om te merken dat Amerikanen
oprecht verbaasd zijn dat voetbalfans liever zelf een feestje maken dan te worden
vermaakt door drumbands en andere ‘mensen in pakken’.

Een paar conclusies.

Data in stadion moet werken
Maar zoals altijd is er het dilemma: leid het niet te veel af? De fans moeten niet de hele tijd naar hun telefoon zitten te kijken. Daarom ontwikkelen de Timbers ook geen eigen apps. Het publiek mag best Twitter en Facebook gebruiken, dat hou je toch niet tegen. Maar ze moedigen het niet nog extra aan met uitgebreide spelletjes en dat soort dingen.
De andere clubs zijn minder voorzichtig, en doen spelletjes in de trant van ‘voorspel en win’.
Experimenteer met social media
De Timbers lieten hun fans poseren met de kettingzaag van hun mascotte, in een tijdelijke studio. Dat vonden ze zo mooi dat veel fans hun social media avatar veranderden in dat plaatje, met een groot viraal effect als gevolg. Of de ‘flying tweet’: Tijdens de reis van de ploeg doen ze soms een twitter-uurtje: Vraag ons alles wat je wilt.
Mobiel bestellen
Een voetbalwedstrijd is relatief kort voor Amerikaanse begrippen, en dan is de rust ook nog eens slechts een kwartier. Dat geeft nogal een ‘rush’ op de hapjes en drankjes. Mobiel bestellen zou hier een grote winst in kunnen betekenen, waardoor ze de druk verspreiden. Daar is echter nog geen echte oplossing voor.
Gebruik social media voor het ‘brekende nieuws’
De manier om fans dicht te betrekken. Sporting Kansas City meldt al in een vroeg stadium op sociale media dat ze belangstelling hebben voor Rafaël van der Vaart. Maar: De club-eigenaren melden in koor dat ze merken dat de tieners niet meer zo goed als vroeger via Facebook te bereiken zijn. “It’s all about Instagram now”. En over een paar jaar kan dat weer anders zijn. Wees dus ‘agile’, en zorg dat de organisatie zich snel kan aanpassen als nieuwe mogelijkheden zich aandienen op het gebied van sociale media.
Experimenteer samen met de fans
Technologie is belangrijk, en als het niet werkt is het een enorme dissatisfier. Test met een kleine groep fans, en wees duidelijk dat je experimenteert en dat er dingen niet goed kunnen werken. Vraag feedback.

Ondanks de achterstand op sportief gebied zijn de Amerikanen wel heel doortastend met het inrichten en marketen van hun MLS, en de resultaten zijn er naar. Het bezoekersaantal stijgt gestaag, en ze zijn niet bang te experimenteren en investeren. Op sommig gebied zou je kunnen zeggen dat ze geen ‘remmende voorsprong’ hebben ten opzichte van Europa, en dat maakt het toch interessant om in de gaten te houden wat ze doen.

sxsw14 notes – DIY Everything with In-Car Augmented Reality

SXSW ging dit jaar meer dan anders over de toepassingen van de technologie en de nieuwe metaforen die we hebben leren kennen. Schreef ik eerder al over de ‘Pinterest for scientists’, in deze sessie over de automobiel-industrie ging het al snel over API’s en app stores. Termen die ze 5 jaar geleden toch niet snel in het openbaar zouden noemen. 

De auto-industrie is er eentje van continue verbeteringen. Nieuwe ontwikkelingen blijven komen, eerst voor luxere auto’s, na jaren doordruppelend naar middenklassers en verder. Deze panel sessie ging over ‘Augmented Reality’: Digitale informatie mengt zich met de werkelijke wereld. 

In Amerika is er al lang het OnStar systeem. Het panel begon met een uitleg over dat systeem en hoe ver dat eigenlijk al is. Niet alleen kan dat systeem zelfstandig 911 gaan bellen op het moment dat er een ongeluk is gebeurd, het geeft daarbij ook veel extra informatie door. Zoals: Was er 1 of meerdere klappen. Hoe groot is de kans op verwonding van de inzittenden. De volgende stap voor dit systeem is het direct doorgeven van informatie over de auto aan hulpdiensten, zodat ze precies weten waar ze wel en niet kunnen ‘knippen’ in de auto zonder zelf onder stroom te komen te staan. Bijvoorbeeld via een AR applicatie zodat hulpdiensten dit meteen kunnen zien. 

Steve Schwinke, Director of App Development van General Motors, vertelde over hun ideeën. Met nieuwe modellen van auto’s komen er meer “API’s” voor ontwikkelaars, die aan de slag kunnen via een echt Developers Center op https://developer.gm.com. Het zal dan niet zo zijn dat iedere app meteen gepubliceerd wordt in de app store: GM is zelf heel ervaren in hoeveel tijd (een blik van max 2 seconden) en handelingen (3 tot 4) een toepassing mag kosten om niet te veel af te leiden, en zullen deze normen toepassen. 

Zelf zijn ze bezig met eye-tracking voor de bestuurder. Hiermee kunnen ze zien of hij/zij nog goed oplet en niet in slaap dommelt, maar kunnen ze ook zien naar welke dashboard onderdelen gekeken wordt. Zo worden voice commando’s een stuk beter: Kijk naar de airco, en zeg ’20 graden’, het systeem zal je dan veel makkelijker kunnen begrijpen dan bij de huidige voice interpretaties. Ook doet GM onderzoek met de gegevens: Als er te vaak te lang gekeken wordt naar een knopje is dat misschien niet goed ontworpen. 

Apps moeten ook de vervanging worden van handleidingen. Wat betekent dat dashboard lampje?  Audi heeft nu al een app (eKurzinfo) waarbij je de camera er op kan richten, waarna de app gaat uitleggen wat het lampje of knopje is en wat het betekent. En als je de olie moet bijvullen laat de app via AR zien welk dopje daarvoor is, onder je motorkap. Ook met projectie; je ziet ‘door je telefoon’ het beeld van je motor, en met een grote bewegende pijl wordt gewezen naar de oliedop. Die app kan je nu al gebruiken met een nieuwe A1 of A3. Bekijk de demo-video hier:

En voor de liefhebbers van snelheid: Op de nieuwe Corvette zit een data-recorder die camerabeeld opneemt en allerlei informatie daar bij projecteert. Ontwikkeld door een game-developer. Vette demo-video:

Al met al een fijne sessie, mooi om te zien dat zelfs de auto-industrie bezig is met echt nieuwe toepassingen, en benieuwd welke creativiteit we gaan zien bij komende apps. Erg cool om bij de auto-gegevens te kunnen. Ik hoop dat API’s net zo gewoon gaan worden als ABS.

SXSW14 notes – sport: Arena vs Couch

De sportwereld en de tech-wereld. Bij SXSW kwamen ze dit jaar samen in een speciaal ‘sxsports’ track. Sessies over onder andere sport & big data, sport & drones (daarover later meer), en sport & media. Daarover nu. 

Het panel bestond uit Brian Srabian (director digital media bij de SF Giants), Bob Morgan (Sportstre.am, nu Facebook) en Jordan Maleh (director digital marketing van de University of Michigan). 

Het onderwerp was: The Arena vs the Couch: The battle of game day experience. De toon werd gezet door Mark Cuban te citeren, die eerder blogde “People can’t clap if they’re holding a smartphone”. Het idee van Cuban is dan ook: Geen wifi in de stadions. Dan blijft de ervaring beter, omdat je opgaat in de wedstrijd in plaats van in je telefoon.

De heren van het panel waren het hier niet helemaal mee eens en zagen juist mogelijkheden. Omdat fans online konden posten werd het stadion aantrekkelijker voor de thuisblijvers. Srabian van de Giants zei ook: Juist door de online foto’s heb ik een wedstrijd bijwonen in The Big House (het enorme Michigan football-stadion) op mijn bucketlist gezet. 

“The Instagram is the new ‘Wish you were here'”

Kunnen clubs zelf meer? Jazeker. De clubs creeëren niet alleen content, ze kunnen het ook de fan-content cureren. Instagram video’s van 15 seconden lenen zich uitstekend om op het grote beeldscherm in het stadion te laten zien. Bij de Giants is een groot beeldscherm waar permanent Tweets en Instagram content op langs komt, het ‘@SocialCafe’, zichtbaar voor fans in het stadion. Van belang is dat clubs de platforms goed begrijpen. Instagram is anders dan Twitter, en weer anders dan Facebook. Bij de Giants is zelfs een stagiair aangenomen voor Snapchat, omdat dit weer een heel andere doelgroep is. Je moet mensen hebben die ‘native’ zijn voor het platform.

En kunnen merken daar ook wat mee? Ja, mits. Srabian vertelde: Onze fans zijn heel slim, ga als merk in op wat de fans willen in plaats van een sponsored message. De promoties waarbij ze zelf de ster worden werken het beste. Voordeel is dat je real-time leert wat er wel en niet werkt. Soms merk je ook dat thema’s na een tijdje oud worden. Merken kunnen zich ook verbinden met succesvolle initatieven van de club, zoals het @SocialCafe.

En we hoeven ook weer niet te bang te zijn voor het spookbeeld van Mark Cuban. Uit onderzoek van Michigan onder studenten die naar de wedstrijden gingen bleek ook dat access niet het belangrijkste is: Gevraagd daarnaar zeiden ze dat ze naar het stadion gaan om de vrienden, om de sfeer en om de wedstrijd. Pas daarna komen wifi en cellular access.

En in de toekomst? Michigan wil meer leren over de fans: Wanneer komen ze, hoe kunnen we dat makkelijker maken. En de Giants zijn aan het experimenteren met iBeacons in de stadions, om bijvoorbeeld te zien waar de rij het kortste is. Tijd is ten slotte het meest schaarse goed, zeker als je met de HDTV en bank concurreert. Dus maak alles zo makkelijk mogelijk in het stadion: 

Volg de sprekers op Twitter: @srabe@b0bm0rgan en @jordanmaleh

Al met al een interessante sessie die me zeker weer aan het denken heeft gezet over de mogelijkheden; er is nog heel veel te verzinnen! En voor iedereen in de sportwereld: SXSW biedt erg veel inhoud over dit onderwerp, met parallelle tracks op één lokatie. Aanrader.

SXSW14 notes – learn & share

SXSW gaat veel over tech. Maar meer dan eerdere jaren ging het nu over wat je daar dan vervolgens mee kan gaan doen. In plaats van het te hebben over de tech zelf.

Twee verhalen sprongen er wat mij betreft uit als het gaat om ‘leren en delen’. 

Het eerste verhaal was meteen de allereerste sessie waar ik heen ging, en dat was de keynote van schrijver/kunstenaar Austin Kleon. Hij hield een betoog over leren. Zijn stelling is dat mensen tegenwoordig te veel dingen voor zichzelf houden, omdat de mythe bestaat dat geniale ideeën uit een vonk van inspiratie komen, bij een genie, in z’n eentje op een zolderkamertje.

Kleon betoogde dat dit niet zo is. Het genie Beethoven had ook een heel netwerk om zich heen van mensen die hem uitdaagden, die hem inspireerden. Zelfde geldt voor beeldende kunst; in het Parijs van de jaren 20 kwamen grote kunstenaars samen, die elkaar allemaal beter maakten. Het gaat dus niet om de ‘genius’ maar om de ‘scenius’ (een term van Brian Eno): de omgeving om je heen, die ideeën laten ontstaan.

Hij stelde dat iedereen dit nu ook meer moet gaan doen. Maar hoe vind je nou jouw ‘scenius’? Dat is makkelijk stelde hij: Leer iets, en laat online zien wat je aan het leren bent. Toon je proces van leren, en niet alleen het resultaat. Daarmee krijg je mensen om je heen in je netwerk die jou gaan helpen, die jou ook dingen gaan laten zien, waardoor jij komt waar je wil zijn.

Wees daarbij geen ‘vampier’ die anderen leegzuigt om er alleen zelf beter van te worden, of ‘menselijke spam’ die anderen overlaadt met vragen zonder zelf iets te doen, zoals bedelen om kickstarter donaties terwijl hij of zij zelf nooit gedoneerd heeft. 

Hiermee verandert ook het hele concept netwerken. Succesvolle mensen netwerken niet, maar gebruiken hun netwerk. Hij zegt:

People spend too much time making connections rather than getting good at something. Successful people share what they’ve learned, and the process by which they’ve learned it. Watching these people is like getting the DVD extras.

They’re not networking, they leverage their network. They’re playing the long game. So don’t chase the next big thing, but chase the thing that lasts.

Een sterk betoog, wat hij ook uitlegt in z’n nieuwe boek Show your work

Het tweede verhaal over leren en delen was helemaal aan het eind van de laatste dag, en was van Tim Ferriss. Hij is natuurlijk bekend van z’n boeken The Four Hour Workweek, The Four Hour Chef en The Four Hour Body. Never change a winning theme, zeg ik maar.

Hij heeft nu een serie gemaakt voor iTunes, “The Tim Ferriss Experiment”, vanaf juni online, waarbij hij steeds in een week iets leert. Beter schaken, lange-afstandszwemmen, drummen, parkour, rally-rijden. En hij laat daarbij zien welke methodes hij gebruikt om dingen snel te leren. Een deel van de afleveringen kan je nu al zien

En hij heeft daarbij goede leraren. Schaken leert hij van Joshua Waitzkin. Die leert hem schaken op de omgekeerde manier als iedere andere leraar, namelijk met het eindspel eerst. Daar moet je heen. Uiteindelijk schaakt Tim na die intensieve dagen naar eigen zeggen ‘een stuk beter’ dan daarvoor. En hij leert drummen van Stewart Copeland, met een aardige stok achter de deur: Na die week moet hij de toegift drummen bij een uitverkocht concert van Foreigner. En nee, niet “I wanna know what love is”. Het belangrijkste wat hij daar leert is: “Don’t try to learn drumming, learn the song”.

Maar bij het leren van sommige dingen zijn geen bochtjes af te snijden. Spaans leren gaat nog redelijk met mnemonics, maar voor Chinees moeten je stembanden echt andere klanken leren maken. En bij het leren van Parkour komt hij er achter dat je wel een sprong kan willen maken, maar als je spieren en pezen daar nog niet klaar voor zijn loopt het slecht met je af. Ja hij raakt flink gewond.

Uiteindelijk vind ik dat je de verhalen van Ferriss niet te letterlijk moet nemen, en dat vindt hij zelf ook. “The goal is not working four hours per week, the goal is to work 10 times as efficiently”. Maar je kan wel wat leren van zijn aanpak. De beste leraren zijn best vindbaar. Als je een sport beter wil leren is zijn advies om contact te zoeken met een verliezende zilveren medaille winnaar, ofzo. Die zijn best bereid om tijd te nemen voor je, als je iets echt graag wil leren. 

De vraag is of dat voor jou en mij ook geldt, als we niet boeken hebben geschreven en een documentaire reeks aan het maken zijn. Maar zo niet, dan ga ik Wim Jonk eens vragen of hij mij kan leren hoe ik mooi een voetbal kan trappen..