Revenge of the nerds

Eerste sessie van de Sloan Sports Analytics Conference is meteen een topper. Panel met Michael Lewis (schrijver van Moneyball), Marc Cuban (Eigenaar Mavericks), Nate Silver (auteur The Signal and the Noise), Paraag Marathe (COO 49’ers) en Daryl Morey (GM van de Houston Rockets). Een paar van de onderwerpen die langs kwamen.

Hoe ga je om met statistieken in een sportclub?
Michael Lewis zei dat de vele boze reacties op Moneyball hem verbaasd hadden, maar het daarna ook wel begreep want het ging mensen hun baan kosten. Een club is gewend te werken op een bepaalde manier, en de sportwereld is relatief gesloten voor de buitenwereld. Iets wat Marathe ook noemde, en Cuban vertelde over hoe hij als eigenaar behoorlijk werd aangepakt, “wat weet jij er nou van, knul” door z’n eigen mensen. Marathe noemde als grootste uitdaging voor een statistiek-gedreven initiatief ook dat je heel veel moet communiceren zodat het een groepsbeslissing wordt, in plaats van een idee van die Indiase vent met z’n cijfers. Inmiddels is het in de VS wel meer volwassen geworden, en worden stats samen met andere kenmerken gebruikt. Scouts kijken naar stats als ‘baseline’, en kijken dan zelf naar de persoonlijkheid en andere aspecten van een speler om te kunnen inschatten of deze een succes kan worden.

Wat is er nog te weinig verkend?
In basketbal gebeurt er nog te weinig met de beweging van de spelers. Van iedere speler en de bal wordt 30x per seconde de positie vastgelegd, en dat is een nog relatief nieuwe berg data waar de nodige winst uit te halen is. In football wordt er nog te weinig gekeken naar het mentale aspect. Het atletisch vermogen van spelers is erg soortgelijk, maar psychologisch zijn er grote verschillen in hoe spelers omgaan met een fout, of juist een succes. Ook is blessure voorkoming belangrijk, als je belangrijkste speler er 4 wedstrijden naast zit kan je seizoen verpest zijn.

Wat is het volgende grote?
Alle panel leden waren het eens over ‘in game strategy’ als grote verbetering waarbij stats nog goed kunnen worden ingezet. Zelfs bij football wordt het nog niet gedaan en wordt de beslissing over run vs pass, of wat te doen bij een 4th down nog altijd ad hoc genomen. Zelfde bij basketbal, ‘We doen tijdens de wedstrijd nog altijd hetzelfde als 20 jaar geleden’ en er wordt veel te weinig gebruik gemaakt van de live stats, met name de xy data.

Wat is nog moeilijk te meten?
De kwaliteit van coaches wordt nog weinig naar gekeken. Een goede coach kan veel meer uit een speler halen, daar kan heel veel verdiend worden. Ook het samenspel tussen de coaches, spelers en overige staf. De chemistry. Vullen ze elkaar goed aan. Cuban vertelt ook over organizational dynamics: wat gebeurt er tussen spelers, wie loopt er eerder uit de huddle, wie zit stiekem te vloeken in z’n handdoek. Dat is mensenwerk en daar moet je bovenop zitten. En dat doet hij ook, tot verbazing van z’n andere staf. Maar hij is het gewend uit het zakenleven. En dat blijkt dan toch nieuw te zijn voor de sportwereld.

Al met al een heel goed panel, veel goede anekdotes. Zoek de video op als hij online komt.

Vakantietips zuidwest USA

De afgelopen drie weken waren we op vakantie in het zuidwesten van de VS. Iemand vroeg me om tips, vandaar dit stukje. Hieronder het ‘rondje’ wat we maakten plus mijn bevindingen.

  1. Los Angeles – Kinderen (5, 9 en 13) en zelf een beetje ont-jetlaggen, en de stad verkennen. We zaten in Santa Monica, erg fijne buurt met strand. Highlight was het Getty Center, een werkelijk prachtig museum met mooie oude meesters. Maar ook gewoon rondrijden en in de verschillende buurten stoppen voor een snack is fijn, de kinderen vinden het prachtig om al die beroemde namen in het echt te zien. Ook erg leuk waren de Food Trucks, check het schema op socalmfva.com. Broodje halen en op het gras opeten was erg gezellig. Iedere dinsdagavond in Santa Monica.
  2. Las Vegas – Het was augustus. Het was heet. Heel heet. Iedere dag boven de 40 graden. Maar het was wel heel gaaf. ’s Avonds wandelen langs de strip, om te kijken bij al die malle piratenshows, fonteinen en vulkanen voor de hotels. Check het schema waarmee ze allemaal beginnen. Las Vegas is heel leuk voor kinderen, er is zo veel te zien. Ook nog even tripje naar de indrukwekkende Hoover Dam gemaakt, met de auto is dat drie kwartier. Het is gaaf de nieuwe Memorial Bridge op te lopen, met uitzicht over de Hoover Dam.
  3. Zion National Park – Geweldig. Hier waren we maar 2 nachten, eigenlijk een misser want hier kan je je zeker 4-5 dagen vermaken. Er rijden continue shuttlebussen door de vallei die stopt bij alle beginpunten van wandelingen, van licht tot zwaar, van kort tot lang. Er is heel veel moois te zien, neem de tijd. Highlight van de hele vakantie was wandelen door een kloof met riviertje.
  4. Grand Canyon – Let op waar je zit, North Rim is rustig, South Rim is veel drukker en toeristischer. Maar daar zijn de helikoptertours. Mocht je willen brassen dan is dat een absolute aanrader.
  5. Palm Springs – Een noodzakelijke tussenstop onderweg, maar ook een mooie bestemming wegens Joshua Tree National Park, ook daar kan je wandelen tussen bizar mooie natuur. Eettip: De supermarkt Ralph’s (overal te vinden) heeft vaak een broodjesbalie waar ze heerlijke dingen maken.
  6. San Diego – Heel fijne stad. Hier waren we 4 nachten, was best fijn om rustig op het strand te hangen. De Zoo en Sea World hebben we overgeslagen. Wel hebben we de kinderen meegesleept in een winkelsessie bij Fashion Valley Mall.
  7. Terug naar LA, waar we Disney World (makkelijk bereikbaar vanuit San Diego) en Universal Studios Hollywoord hebben gedaan. Allebei natuurlijk heerlijk voor de kinderen. Voor Disney zijn er handige iPhone apps voor wachttijden. En tja, die rijen.. het hoort er bij, en het was nergens echt vervelend. 

Het is heel handig om een mobiele internetverbinding te hebben; je kan dit doen met een Droam die je kan huren bij droam.nl. Omdat ik wel vaker in de VS ben heb ik zelf een T-Mobile mobile hotspot gekocht, een klein apparaatje waar je pre-paid data op kan zetten. Even een T-Mobile shop binnenlopen en je hebt hem. Voor $50 had ik 5GB aan data, genoeg voor de hele vakantie. Het apparaatje zelf kost iets van $100 meen ik, maar die had ik dus al. Let op: In Utah en Arizona (Zion en Grand Canyon) had ik weinig tot geen verbinding. Wat ook wel weer hielp in het genieten van de natuur ipv op Twitter te hangen. 😉

Onmisbaar is de Yelp app. Restaurants zijn dan makkelijk te vinden, en je hebt eigenlijk nooit een misser daardoor. Maar ook voor andere dingen is het handig. Tip: het heet ‘coin laundry’ daar. 😉

We hebben dus gekozen om een ‘zuidelijk’ rondje te maken, en niet richting Yosemite en San Fransisco te gaan. Dat is een andere optie die een andere keer komt, want ook dat is prachtig. De reden dat we dat niet deden is omdat daar een paar lange autoritten in zitten, en we wilden niet een hele dag rijden maar overal korte stukjes. De meeste ritjes die we hadden waren 2-3 uur, met een langere van LA-Vegas (5 uur) en Grand Canyon-Palm Springs (7 uur). Goed te doen. Zonder kinderen kan je anders kiezen. 

 

Boek gelezen – Beter dan echt

“Een spel spelen is een vrijwillige poging om overbodige hindernissen te overwinnen”. Met deze definitie begint ‘Beter dan echt’ van Jane McGonical. Het zet meteen de toon voor een mooie, diepe en brede analyse van games. Want waarom investeren we toch zo enorm veel tijd en geld in spelen? Waarom vinden we het zo leuk?

McGonical legt uit wat de kenmerken zijn van games en waarom ze zorgen voor een geluksgevoel, en laat zien waar deze elementen opduiken. Uiteraard in ‘echte games’: Waarom spelen we World of Warcraft en Wordfeud? Maar ze laat ook zien dat de elementen terugkomen in de echte wereld zoals in Nike+: Door het online sociale spel-element doe je tijdens het sporten beter je best. En dezelfde kenmerken komen terug in het succesvolle project van the Guardian waarin Britten de gescande bonnetjes van hun MP’s konden bekijken en aangeven welke nader onderzoek verdiende. Het succes van deze site (liefst 56% van de bezoekers van de site deed daadwerkelijk mee!) zat in een aantal subtiel ingebrachte game elementen. Dankzij het framework van McGonical herken je ze. En zie je hoe de echte wereld beter kan worden door games.

Ondernemers die een product hebben met een ‘spel element’, of dat willen maken, zullen veel aan dit boek hebben. Het laat zien wat er nodig is om je gebruikers echt te betrekken bij het spel; een paar badges en een leaderboard is niet genoeg.

Maar ook mensen die anderen moeten overtuigen waarom gamification kan werken zullen veel aan dit boek hebben. De opbouw is helder, na het lezen begrijp je echt waarom spel werkt. En het bevat talloze uitgebreide voorbeelden, met analyses waarom ze werken.

Eigenlijk is dit boek een aanrader voor iedereen die, al dan niet serieus, met spel bezig is. Zet maar bovenaan je vakantie leeslijst.

Bestel meteen Beter dan Echt – Jane McGonical maar bij bol.com>

Good bye

Today is the sad day that Steve Jobs died. I want to share a personal story about how his words, simple as they are, have motivated me recently.

I’ve watched his Stanford speech, which I will embed below, several times in the past year. But like most people who watch this, I merely loved it, and didn’t act on it. Until this summer. When I was on holiday, I made a note in my iPhone, which is paraphrasing Steve, I think from the D8 interview.

Going to work should be motivated by a will to do something amazing, to build great products.

I realized that I wasn’t doing anyone a service in my role at my employer. So after I got back from vacation and gathered enough courage, I handed in my resignation. Coincidentally, it was on the same day that Steve sent his famous letter to the board, informing them that he could no longer act as CEO of Apple.

And tonight my farewell party is planned. Coincidentally, on the very sad day that Steve has passed away. I hate saying good bye, so today is a good exercise in that.

Steve’s words motivated me to take my decision. In that sense, he will live on, because my life is affected by him. And this is just one little story. I hope he will motivate you too. 

Your time is limited, so don’t waste it living someone else’s life.

You should really watch his Stanford speech. Here it is. 

First talk on CSN11 – Sentiment analysis

According to the Condorcet theorem, bigger crowds do better. If each individual independently decides with the same probability, the collective reaches ‘the right’ decision fast. If the individuals can connect, the collective behavior can become very rich and complex. See Linux, wikipedia.

But on social networks, there is no collective ‘goal’ besides connecting, recreation. Still, the chatter can predict the box office receipts. And Google search terms shows where people have flu, better than any medical database. It is also shown that happiness and loneliness is contagious; if many people in your network are lonely, you feel more lonely too.

His research focuses on sentiment, by extracting indicators from text. And predicting the future from that. This can work well, if applied on large numbers, see http://wefeelfine.com and Facebook gross happiness index.

McNair defines 72 terms, that map to 6 independent dimensions. These terms are applied to tweet texts, resulting in 6 charts. It turns out that about 8% of all tweets show emotional content. Charts of Election08 shows dips and peaks that make sense; energetic on election day, for example.

The Dow Jones industrial average appears to correlate with the Calm measurement, but with a lag of about 4-5 days. It can be used to predict its future value, with an accuracy of 86%, whatever that may mean.. See http://arxiv.org/abs/1010.3003 for his paper.

He also studied mood contagion. Look at twitter users who follow each other, and then the use of emoticons. People follow others with similar traits, assortative network. He shows that sad people connect to sad people, and happy to happy people. His recommendation is to connect to happy people, and to disconnect from unhappy ones. 🙂

He concludes with the question if we can unleash a happiness virus on the network, would that work? Or push another mood?

Nice talk by jbollen@indiana.edu. The slides of his presentation can be found at http://www.slideshare.net/KREMCSN/csn11-keynote-johan-bollen

 

Why things become popular

I’ve been playing with Google+ for a few days now, and find myself thinking: Is this going to be the platform? Are people going to flock to this social network, replacing Facebook and maybe Twitter?

While I was on my bike, riding in the dutch mountains (aka headwind), I thought of a way to look at this, by comparing this to other succesful sites and why they became succesful. I think the reason for the success of many online services is: they make things easier. Easier to communicate, to express yourself, to find things. Let’s look at a few carefully picked examples ;–)

  • Flickr made it easier to share pictures. Before that time, most services were ‘closed’, in the sense that they assumed you didn’t want to share your pictures with the world. Flickr turned that around.
  • Youtube made it easier to post a video online. Before Youtube, it was very, very hard to embed a video in a web page.
  • Blogging software made it easier to publish.
  • Facebook made it easier to share and communicate with your friends. Despite all the complaints many people have about the usability of their interface, it managed to attract 600 million members.
  • Twitter made it easier to publish, even easier than blogging.
  • eBay made it easier to buy and sell.

And easier can also mean cheaper.

  • Skype makes it cheaper to communicate
  • Whatsapp makes it cheaper to communicate

I could go on, I think, but you get the picture.

My concern with Google+ is: Does it make anything easier, or cheaper, in any way? So far, I’m not sure of that. I think in a sense Google+ makes sharing a bit harder, because it will require some extra brain cycles to determine who you want to share this with, because of the important concept of circles. You will share only with the current stream you’re looking at, by default. It requires a bit of thinking. And that is the opposite of easier.

On the other hand, sharing from an Android phone does become a lot easier. Take a picture, click share, destination Google+, give it a title, optionally change the circle to publish it to, and that’s pretty much it. And they have done a lot of really smart things in the interface to make working with Google+ easier than working with Facebook. Many menus are really well made, with mouseover dropdowns that requires only 1 final click.

So for me the question is: Do all these smart little things add up to more than enough to overcome the extra burden and complication of the circles concept. And especially the effort to switch over to Google+ from Facebook.

KLM and social media

Step 1: Getting acquanted

KLM started with social media to support existing channels. Try things out, like Twitter, Facebook, YouTube. Get started first.

Step 2: seizing the opportunity.

The ash cloud was a good opportunity to get started with Twitter and Facebook. Call centre and web site were both overloaded. Had a 24/7 shift system, 4 people on Twitter, 4 on Facebook, 4 rebookers per shift. Management was very involved, encouraged initiatives. Very empowering. Klm added a ‘rebook’ tab on their Facebook profile, which helped in getting the right information from the travelers.

KLM discourages personal reactions by individual staff members. The company often can not do anything with it, and it can give a negative backlash on Klm. See recent incident with Thomas Acda

Step 3: embed social media structurally.

Create the internal vision, then organize the teams. Vision: Klm has two main goals: Web care & Servicing and Commercial Use. This translates in two teams, with dedicated staff in each. And then integrate those teams in the organization, place it in the structure. They have well-defined targets for each team. Response within an hour, resolve within 24 hours, etc.

Step 4: Focus on the customer

Value their opinion, really listen to them. Make the ‘internal structure’ invisible for the customer, they don’t care about what is related with Air France or not. Klm now even sees that the new media channel changes their organization. A cool example for this is the flight to Miami: “You fill the plane, we will fly”.

Impressed with how Klm acted, they started with social media in October 2009. Good presentation by Anna Ketting.