Ik ben niet goed in afscheid nemen

Vandaag neem ik afscheid van mijn autootje, een fijne dikke Audi RS5. Ik heb hem nu bijna 4 jaar gehad, en 100,000 heerlijke kilometers mee gereden. Ieder ritje is een feest, van de woeste grom van de V8 bij de start tot het tikken van de warme auto na het uitzetten van de motor.

In 2011 vertrok ik bij comScore en leverde daarmee mijn Audi S4 leaseauto in. Dus ik had ander vervoer nodig. Een Audi dealer had een mooie nieuwere S4 staan, waarmee ik proefreed. Het bekoorde me niet echt, voelde wat saai, keurig maar geen beleving. “Oh, dan heb ik wel wat anders voor je” zei de handige verkoper, en reed een zwarte RS5 voor. Na de eerste meters was ik al verkocht, wat een heerlijke auto en een geweldige ervaring. Een week later stond hij voor het huis. Mijn cadeautje voor mezelf, uit de verkoop van Nedstat.

Begin 2013 werd er ingebroken, terwijl ik sliep. Alles was doorzocht, maar er was bijna niks weg. De laptop en ipad lagen nog op tafel. “Die waren op zoek naar de sleutels van je auto” was de analyse van de politie, en ik installeerde een alarmsysteem in mijn huis. Toch blijft dat gevoel knagen, en begin dit jaar las ik een stukje in een krant over een echtpaar dat vastgebonden en mishandeld was in hun eigen huis, waarna de dieven er met de zwarte BMW vandoor waren gegaan. Dat wil ik niet maken. En ik wil al helemaal zeker niet dat mijn kinderen hierdoor gevaar lopen. Hoe klein die kans ook is.

En dus ruil ik hem vandaag in voor een heel brave en verstandige plug-in hybride auto, een Audi A3 e-tron. Ok, niet alleen braaf en verstandig maar ook een stuk suffer en saaier. Maar wel beter voor het milieu, want 100,000 km met de RS5 betekent ook 25,000 kilo CO2 in de atmosfeer. En waarom dan geen Tesla? Ik wacht op de volgende generatie. 400km op 1x laden vind ik nog net te weinig, ik heb wel eens weekends (of zelfs dagen) waarbij ik dat rijd, zonder dat ik tussendoor zou kunnen opladen. Ik wil daar niet mee bezig zijn. Voorlopig is voor mij hybride het compromis, maar zodra de Tesla model S verder dan 600km kan op 1x laden én ze de kwaliteit van het interieur iets hebben verhoogd ben ik om. Electrisch rijden is de toekomst, en deze A3 is voor mij een tussenauto, praat ik mezelf moed in.

Afgelopen weekend hebben we van Alkmaar naar Schiedam gereden, maar wel via Duitsland. Dat was nog even heerlijk, 260+ op de Autobahn is wel echt snel maar voelt in die auto bijna relaxed. Ik ga de RS5 zeker missen. En alle duimpjes onderweg, en praatjes bij de benzinestations waren ook leuk. Misschien doe ik voor het inruilen nog wel even een rondje ring Alkmaar. Want ik ben niet goed in afscheid nemen.

IMG_1462

sxsw15 notes – How the data era will build high performance humans

Een sterk panel met goede sprekers, o.a. Haile Owusu, de chief data scientist van Mashable en Victor Cruz, een wide receiver van de New York Giants. Dat is american football ;-). Hier is alle info over het panel.

Cruz vertelde over wat er allemaal wordt vastgelegd bij de Giants. En dat is heel veel. Voor wide receivers is snelheid het belangrijkste, dus wordt van iedere training vastgelegd wat hun maximum snelheid was. Blijft deze hoog, door de week heen? Hoeveel afstand wordt afgelegd? Ze gebruiken horloges om hun slaap vast te leggen, die data wordt ook meegenomen.

Iedere speler krijgt iedere week een boekje met z’n uitslagen. Hoeveel slaap, hoeveel mijlen gelopen, maximum snelheid. Dit is leuk en geeft onderlinge competitie. En het verandert hun gedrag: Spelers gaan eerder slapen, omdat ze zien wat het effect is op hun snelheid.

De staf rond het team gebruikt de data ook. Data is blind en doof, en kan eventuele vooroordelen weghalen; Owusu maakt de case voor machine learning. Tegelijkertijd is er altijd menselijke interpretatie nodig. Data kan een gesprek over training makkelijker maken, doordat je naar iets kan wijzen. “Kijk, hier is iets opvallends” is een goede start van een conversatie.

In de sportschool kan data ook worden ingezet. Mensen die zo efficient mogelijk willen trainen kunnen data gebruiken om hun trainings-geschiedenis meteen bij zich te hebben, en een stapje verder kunnen zetten. Sommige gym-apparaten zijn daar al op voorbereid: Je loopt er heen, het apparaat verbindt zich met je device, en stelt zich alvast goed in. Voordeel voor de apparaten-leverancier is dat ze veel data krijgen en op die manier optimale workout strategieën kunnen ontwikkelen.

Mensen die gemotiveerd worden door onderlinge competitie kunnen data ook goed gebruiken. Equinox liet een video zien van een spin-class, waarbij er twee teams waren die op een groot beeldscherm een onderlinge wedstrijd reden. Dat is een stuk betere manier dan achterin de groep je apparaat stiekem minder zwaar zetten dan gevraagd ;-).

En wat moet je dan met die data? Daar is nog veel in te winnen, daar was men het er over eens. Als je veel data verzamelt kan je correlaties vinden. Maar vertrouw je die correlatie dan? Dat is voorlopig mensenwerk. En in een professionele omgeving is dat ook beter; je hebt een open ruimte nodig, coaches zullen nooit echt kunnen worden vervangen door machines. Atleten zijn ook makkelijker coachbaar dan normale mensen, ze nemen advies beter aan.

En wat is de toekomst? Gervais zegt: Er moeten systemen en strategieën komen waardoor mensen zelf kunnen gaan zien wat goed is voor ze. En ze op een verantwoorde manier tot het randje kunnen worden geduwd, maar binnen veilige grenzen. En de grote onbekende wereld die voorlopig buiten het meten valt zijn de gedachten. Deze wereld kan grote invloed hebben; ruzie met je vriendin of stress rond een transfer kan effect hebben op je prestatie, en dit valt voorlopig buiten wat praktisch meetbaar is.

Cruz wil graag één apparaat wat alles meet. Nu is het lastig om dingen te correleren omdat metingen in verschillende apps komen. En Owusu ziet in de toekomst mogelijkheden met computer vision. Automatische beeldherkenning  zou op die manier sleutel momenten in een video kunnen annoteren, wat veel zou kunnen helpen.

Een fijne en sterk geleide sessie waarbij duidelijk wordt dat dit er veel gebeurt op het gebied van sport en data, en dat er ook nog heel veel te doen is. Kansen volop.

 

sxsw15 notes – How to Prepare for The Tidal Wave of Big Data Jobs

Data wordt steeds strategischer voor bedrijven. Daarom zie je tegenwoordig soms de functie ‘Chief Data Officer’ of ‘Chief Analytics Officer’. Probleem is dat er te weinig mensen te vinden zijn voor deze functies. Dit panel ging over dat verschijnsel: Wat is nou dat werk, waarom is het tof, en wat zijn kwalificaties.

In het panel de Chief Analytics Officer van New York City, de Chief Digital Officer van het MoMa in New York en de oprichter van de Digital Officers Club. Alle info is hier te vinden als je dat wilt nazoeken.

De functies als ‘Chief Analytics Officer’ ontstaan niet zo maar, in een organisatie. Een effectieve manier om de noodzaak van die functie aan te tonen is door te gaan kijken naar een probleem wat op dat moment gezien wordt door de organisatie, en dat dan te proberen op te lossen met data. Daaruit volgt dan als vanzelf dat je mensen nodig hebt om dat werk uit te voeren en is de ‘data functie’ geboren.

De Chief Analytics Officer van New York vertelde hoe zijn dag er uit zag. Centraal voor zijn werk is altijd: Welke processen gebeuren er in New York, welke nieuwe diensten zijn er voor de New Yorkers, welke problemen zijn er daar mee. En als die problemen er zijn kijkt hij naar het landschap van data. Welke data is er allemaal. In New York heeft hij veel moeite gedaan om alle eilandjes van data te verbinden. Dat vereist praten, uitleggen, vragen. Een belangrijke skill voor een Chief Analytics Officer.

Hij gaf een mooi voorbeeld van het nut van analytics binnen New York. Vorig jaar zijn er bij een brand een aantal brandweermannen om het leven gekomen omdat het appartement illegaal verbouwd bleek te zijn. New York heeft inspecteurs die daar op toezien, maar die hebben natuurlijk een eindige hoeveelheid tijd en moeten kiezen waar ze langs gaan. Door analytics te draaien op onder andere de belastinggegevens van verhuurders konden ze een veel betere set maken van potentieel illegaal verbouwde appartementen. Het percentage sluiting op geïnspecteerde appartementen ging daardoor van 13 naar 70 procent, enorm veel beter dus. Analytics redt levens, mensen.

Vervolgens kwam de discussie op het onderwerp: Hoe kan je de vereiste mix van skills krijgen? Sreenivasan tipte een ‘Computational Journalism’ cursus die Columbia geeft. Mashariki vertelde dat de analytische skills een vereiste zijn, en daarnaast iets als gedragswetenschap of psychologie ook vereist is.

Hoe vind je die mensen, als organisatie? New York doet dat als volgt: Ze geven een bepaald probleem, en zeggen: Los dit op met data. Je hebt een week. De persoon die dit oplost, er een goed verhaal bij heeft, én die andere gemeente instanties heeft gebeld voor data, is geschikt voor de baan. Kijk op nyc.gov/analytics om te zien hoe dat er uit ziet.

En als je ze hebt, hoe richt je je organisatie dan in? Bij LinkedIn was er eerst een centraal team met data scientists, die alle vragen oplosten. Dit team was groot genoeg om een andere organisatie-structuur te testen, en ze werken nu decentraal. Per afdeling 2 data-scientists. Dit werkt goed omdat die de medewerkers van die afdeling dan gaan leren hoe ze dingen moeten aanpakken. De kennis wordt zo breder in de organisatie. Als je de luxe niet hebt van een dergelijk groot team moet het centraal. Het risico bestaat dat een eenzame data scientist alleen maar opdrachtjes krijgt van een product manager, en na een jaar gek wordt om alleen maar sql te tikken.

Hoe zien ze de toekomst van data science? Dat de resultaten meer ‘ambient’ worden. Nu is het rapportage op verzoek, dit moet veranderen in weergave van de dingen die je moet weten, op een meer laagdrempelige manier, bijvoorbeeld via wearables of andere meer ‘ambient’ displays.

Al met al een mooi overzicht van dit werkveld en nuttige tips.

sxsw notes: The In-Stadium Fan Experience in MLS

Een panel met goede moderator Bretos, een anchor van ESPN, en drie eigenaren van MLS voetbalclubs. Alle details kan je hier vinden als je dat wilt.

Major League Soccer is in de VS inmiddels de 4e sport, met een bezoek per wedstrijd dat vergelijkbaar is met de Eredivisie in Nederland. Volgens kenners is het niveau op sportief gebied ongeveer Eerste Divisie, maar dat kan de pret niet drukken.

Het panel ging vooral over de stadion-ervaring. Leuk om te merken dat Amerikanen
oprecht verbaasd zijn dat voetbalfans liever zelf een feestje maken dan te worden
vermaakt door drumbands en andere ‘mensen in pakken’.

Een paar conclusies.

Data in stadion moet werken
Maar zoals altijd is er het dilemma: leid het niet te veel af? De fans moeten niet de hele tijd naar hun telefoon zitten te kijken. Daarom ontwikkelen de Timbers ook geen eigen apps. Het publiek mag best Twitter en Facebook gebruiken, dat hou je toch niet tegen. Maar ze moedigen het niet nog extra aan met uitgebreide spelletjes en dat soort dingen.
De andere clubs zijn minder voorzichtig, en doen spelletjes in de trant van ‘voorspel en win’.
Experimenteer met social media
De Timbers lieten hun fans poseren met de kettingzaag van hun mascotte, in een tijdelijke studio. Dat vonden ze zo mooi dat veel fans hun social media avatar veranderden in dat plaatje, met een groot viraal effect als gevolg. Of de ‘flying tweet': Tijdens de reis van de ploeg doen ze soms een twitter-uurtje: Vraag ons alles wat je wilt.
Mobiel bestellen
Een voetbalwedstrijd is relatief kort voor Amerikaanse begrippen, en dan is de rust ook nog eens slechts een kwartier. Dat geeft nogal een ‘rush’ op de hapjes en drankjes. Mobiel bestellen zou hier een grote winst in kunnen betekenen, waardoor ze de druk verspreiden. Daar is echter nog geen echte oplossing voor.
Gebruik social media voor het ‘brekende nieuws’
De manier om fans dicht te betrekken. Sporting Kansas City meldt al in een vroeg stadium op sociale media dat ze belangstelling hebben voor Rafaël van der Vaart. Maar: De club-eigenaren melden in koor dat ze merken dat de tieners niet meer zo goed als vroeger via Facebook te bereiken zijn. “It’s all about Instagram now”. En over een paar jaar kan dat weer anders zijn. Wees dus ‘agile’, en zorg dat de organisatie zich snel kan aanpassen als nieuwe mogelijkheden zich aandienen op het gebied van sociale media.
Experimenteer samen met de fans
Technologie is belangrijk, en als het niet werkt is het een enorme dissatisfier. Test met een kleine groep fans, en wees duidelijk dat je experimenteert en dat er dingen niet goed kunnen werken. Vraag feedback.

Ondanks de achterstand op sportief gebied zijn de Amerikanen wel heel doortastend met het inrichten en marketen van hun MLS, en de resultaten zijn er naar. Het bezoekersaantal stijgt gestaag, en ze zijn niet bang te experimenteren en investeren. Op sommig gebied zou je kunnen zeggen dat ze geen ‘remmende voorsprong’ hebben ten opzichte van Europa, en dat maakt het toch interessant om in de gaten te houden wat ze doen.

De Pebble, een week verder

Vorige week schreef ik over mijn allereerste ervaring met de Pebble. Na een weekje bezit is het tijd voor wat volgende gedachten.

Wat is er goed aan?

  • Notificaties op je horloge is fijn. Je telefoon bliept, even kijken op je horloge, en je weet of je je telefoon moet pakken of niet. 
  • Heel kleine apps zijn prettig. Een aftelklokje zodat je weet wanneer je patat uit de frituurpan moet. Een weer-app om te zien wat de voorspelling is. Foursquare zodat je kan inchecken zonder je telefoon te pakken.
  • Het batterijleven is acceptabel. Hij doet een dag of 4-5 op een keer laden. 

Wat is er frustrerend aan?

  • De bijbehorende app op iPhone is erg instabiel. Om de haverklap verliest hij de verbinding met het horloge. En dan werkt alles niet meer. Dit gebeurt mij meerdere malen per dag. 
  • Geen touch screen. Alles moet met de knopjes op de zijkant, en dat is niet meer van deze tijd. De iPod nano bewijst dat een piepklein touchscreen prima te bedienen is.
  • De apps zijn matig. Alles voor de Pebble is gratis voor zover ik kan zien, en dat zorgt er voor dat een ontwikkelaar dus niks te verdienen heeft. So why bother. 
  • De apps proberen te veel. Een horloge app om te zien welke films in je buurt draaien, really? Leuk dat het kán op je horloge, maar op zo’n moment pak je toch echt je telefoon. Die je toch al bij je moet hebben, anders doet je Pebble het niet.
  • Voor sommige apps is er een ‘companion app’ nodig. Die moet je dan eerst starten op je telefoon, en daarna op je horloge via menu naar de app gaan. Dat is volgens mij niet ‘makkelijker maken’ van iets.. 
  • Een eigen oplaadsnoertje. Jawel. Nog eentje om mee te nemen op vakantie. 
  • Het beeldscherm is zwart-wit.
  • Ik vind hem niet bepaald fraai.

De ‘wearable tech’ sector is volop in beweging, en zoals @gijsbregt ook schrijft op sportnext zijn we er gewoon nog niet. Ik blijf bij m’n stelling dat de Pebble de Nokia 3310 van 2014 is. Ik kan me voorstellen dat Apple nog niet met de iWatch is gekomen, zolang dit niet minstens 10x beter is dan de huidige generatie smartwatches zoals mijn Pebble. En als ze komen gaat de huidige Pebble de weg van Nokia. 

Maar ondanks alle handicaps is het toch interessant om te zien welke apps er dan nu gemaakt worden, en om er ervaring mee op te doen. Een app als Twitter werkt niet op een horloge, maar meer simpele en echt context-gebaseerde apps kunnen best nuttig zijn. Volgende keer meer over smartwatch apps die werken. 

Heb jij ervaring met een app die wel werkt, voor jou? Die je echt gebruikt, en blijft gebruiken?

Allereerste ervaring met Pebble

Op nadrukkelijk aanraden van een goede vriend ben ik overstag gegaan en heb ik een Pebble smartwatch aangeschaft. Eigenlijk moet je zo’n smartwatch zien als een extra beeldschermpje voor je smartphone. Alles gaat via bluetooth; het horloge zelf heeft geen gps of internet verbinding, hij leent die informatie van je telefoon.

En wat kan je er dan mee? Handig is om notificaties te zien. Iedere notificatie van je telefoon is meteen leesbaar op je horloge. En in plaats van je telefoon uit je broekzak te peuteren kan je nu meteen zien wat er is. Handig, maar natuurlijk wel een oplossing van een echt luxeprobleem..

Je bent nu echt altijd bereikbaar

Je bent nu echt altijd bereikbaar

Je kan op een Pebble een beperkt aantal apps zetten. Beperkt, want er moet zuinig worden omgesprongen met geheugen en batterijleven. Een leuke toepassing is Foursquare. De app werkt goed: Start Foursquare op je horloge, die verbindt met je telefoon zonder dat je daar iets voor hoeft te doen, en toont de dichtstbijzijnde locaties op het horloge. Eventueel scrollen, en inchecken met 1 keer op een knopje drukken, waarna je meteen een eventuele tip ziet.

1399384351728

Een hoog Inspector Gadget gehalte is navigatie. Een kaartje en aanwijzingen op je horloge. Vet. Lijkt leuk, maar in de praktijk eigenlijk heel onhandig: Het horloge loopt enorm achter, omdat er 1 update van het scherm per 10 seconden ofzo wordt gedaan. Batterijleven, tja.. En dus zie je dat je bij de rotonde de eerste rechts moet nemen, terwijl je al lang voorbij bent. Dus dit is nog geen winnaar wat mij betreft.

1399384411705

En het andere grote nadeel: Je mouw zit er overheen. En dat is los van welk horloge je nou neemt wel écht een nadeel van smartwatches, als het gaat om ‘een extra beeldscherm voor je smartphone’.

En ook Twitter als applicatie op je horloge is in feite niet echt bruikbaar; als je een mention ofzo krijgt zie je die toch wel als notificatie. Als je wil gaan lezen of reageren is zo’n horloge iets wat alleen echte liefhebbers zullen gaan gebruiken.

Moet je een smartwatch kopen? Als je het leuk vindt om te experimenteren en nadenken over wat er allemaal mee kan: Ja, sla je slag en koop een Pebble of iets dergelijks. Veel mensen kiezen er nu voor om even te wachten op een Google of Apple horloge, en eigenlijk is dat het verstandigst. Ik denk dat de ‘state of the art’ Pebble dan in één klap vooroorlogs ouderwets aan zal doen. De zwart-wit tv, de Nokia 3310 van 2014.

sxsw14 notes – DIY Everything with In-Car Augmented Reality

SXSW ging dit jaar meer dan anders over de toepassingen van de technologie en de nieuwe metaforen die we hebben leren kennen. Schreef ik eerder al over de ‘Pinterest for scientists’, in deze sessie over de automobiel-industrie ging het al snel over API’s en app stores. Termen die ze 5 jaar geleden toch niet snel in het openbaar zouden noemen. 

De auto-industrie is er eentje van continue verbeteringen. Nieuwe ontwikkelingen blijven komen, eerst voor luxere auto’s, na jaren doordruppelend naar middenklassers en verder. Deze panel sessie ging over ‘Augmented Reality': Digitale informatie mengt zich met de werkelijke wereld. 

In Amerika is er al lang het OnStar systeem. Het panel begon met een uitleg over dat systeem en hoe ver dat eigenlijk al is. Niet alleen kan dat systeem zelfstandig 911 gaan bellen op het moment dat er een ongeluk is gebeurd, het geeft daarbij ook veel extra informatie door. Zoals: Was er 1 of meerdere klappen. Hoe groot is de kans op verwonding van de inzittenden. De volgende stap voor dit systeem is het direct doorgeven van informatie over de auto aan hulpdiensten, zodat ze precies weten waar ze wel en niet kunnen ‘knippen’ in de auto zonder zelf onder stroom te komen te staan. Bijvoorbeeld via een AR applicatie zodat hulpdiensten dit meteen kunnen zien. 

Steve Schwinke, Director of App Development van General Motors, vertelde over hun ideeën. Met nieuwe modellen van auto’s komen er meer “API’s” voor ontwikkelaars, die aan de slag kunnen via een echt Developers Center op https://developer.gm.com. Het zal dan niet zo zijn dat iedere app meteen gepubliceerd wordt in de app store: GM is zelf heel ervaren in hoeveel tijd (een blik van max 2 seconden) en handelingen (3 tot 4) een toepassing mag kosten om niet te veel af te leiden, en zullen deze normen toepassen. 

Zelf zijn ze bezig met eye-tracking voor de bestuurder. Hiermee kunnen ze zien of hij/zij nog goed oplet en niet in slaap dommelt, maar kunnen ze ook zien naar welke dashboard onderdelen gekeken wordt. Zo worden voice commando’s een stuk beter: Kijk naar de airco, en zeg ’20 graden’, het systeem zal je dan veel makkelijker kunnen begrijpen dan bij de huidige voice interpretaties. Ook doet GM onderzoek met de gegevens: Als er te vaak te lang gekeken wordt naar een knopje is dat misschien niet goed ontworpen. 

Apps moeten ook de vervanging worden van handleidingen. Wat betekent dat dashboard lampje?  Audi heeft nu al een app (eKurzinfo) waarbij je de camera er op kan richten, waarna de app gaat uitleggen wat het lampje of knopje is en wat het betekent. En als je de olie moet bijvullen laat de app via AR zien welk dopje daarvoor is, onder je motorkap. Ook met projectie; je ziet ‘door je telefoon’ het beeld van je motor, en met een grote bewegende pijl wordt gewezen naar de oliedop. Die app kan je nu al gebruiken met een nieuwe A1 of A3. Bekijk de demo-video hier:

En voor de liefhebbers van snelheid: Op de nieuwe Corvette zit een data-recorder die camerabeeld opneemt en allerlei informatie daar bij projecteert. Ontwikkeld door een game-developer. Vette demo-video:

Al met al een fijne sessie, mooi om te zien dat zelfs de auto-industrie bezig is met echt nieuwe toepassingen, en benieuwd welke creativiteit we gaan zien bij komende apps. Erg cool om bij de auto-gegevens te kunnen. Ik hoop dat API’s net zo gewoon gaan worden als ABS.

SXSW14 notes – sport: Arena vs Couch

De sportwereld en de tech-wereld. Bij SXSW kwamen ze dit jaar samen in een speciaal ‘sxsports’ track. Sessies over onder andere sport & big data, sport & drones (daarover later meer), en sport & media. Daarover nu. 

Het panel bestond uit Brian Srabian (director digital media bij de SF Giants), Bob Morgan (Sportstre.am, nu Facebook) en Jordan Maleh (director digital marketing van de University of Michigan). 

Het onderwerp was: The Arena vs the Couch: The battle of game day experience. De toon werd gezet door Mark Cuban te citeren, die eerder blogde “People can’t clap if they’re holding a smartphone”. Het idee van Cuban is dan ook: Geen wifi in de stadions. Dan blijft de ervaring beter, omdat je opgaat in de wedstrijd in plaats van in je telefoon.

De heren van het panel waren het hier niet helemaal mee eens en zagen juist mogelijkheden. Omdat fans online konden posten werd het stadion aantrekkelijker voor de thuisblijvers. Srabian van de Giants zei ook: Juist door de online foto’s heb ik een wedstrijd bijwonen in The Big House (het enorme Michigan football-stadion) op mijn bucketlist gezet. 

“The Instagram is the new ‘Wish you were here'”

Kunnen clubs zelf meer? Jazeker. De clubs creeëren niet alleen content, ze kunnen het ook de fan-content cureren. Instagram video’s van 15 seconden lenen zich uitstekend om op het grote beeldscherm in het stadion te laten zien. Bij de Giants is een groot beeldscherm waar permanent Tweets en Instagram content op langs komt, het ‘@SocialCafe’, zichtbaar voor fans in het stadion. Van belang is dat clubs de platforms goed begrijpen. Instagram is anders dan Twitter, en weer anders dan Facebook. Bij de Giants is zelfs een stagiair aangenomen voor Snapchat, omdat dit weer een heel andere doelgroep is. Je moet mensen hebben die ‘native’ zijn voor het platform.

En kunnen merken daar ook wat mee? Ja, mits. Srabian vertelde: Onze fans zijn heel slim, ga als merk in op wat de fans willen in plaats van een sponsored message. De promoties waarbij ze zelf de ster worden werken het beste. Voordeel is dat je real-time leert wat er wel en niet werkt. Soms merk je ook dat thema’s na een tijdje oud worden. Merken kunnen zich ook verbinden met succesvolle initatieven van de club, zoals het @SocialCafe.

En we hoeven ook weer niet te bang te zijn voor het spookbeeld van Mark Cuban. Uit onderzoek van Michigan onder studenten die naar de wedstrijden gingen bleek ook dat access niet het belangrijkste is: Gevraagd daarnaar zeiden ze dat ze naar het stadion gaan om de vrienden, om de sfeer en om de wedstrijd. Pas daarna komen wifi en cellular access.

En in de toekomst? Michigan wil meer leren over de fans: Wanneer komen ze, hoe kunnen we dat makkelijker maken. En de Giants zijn aan het experimenteren met iBeacons in de stadions, om bijvoorbeeld te zien waar de rij het kortste is. Tijd is ten slotte het meest schaarse goed, zeker als je met de HDTV en bank concurreert. Dus maak alles zo makkelijk mogelijk in het stadion: 

Volg de sprekers op Twitter: @srabe@b0bm0rgan en @jordanmaleh

Al met al een interessante sessie die me zeker weer aan het denken heeft gezet over de mogelijkheden; er is nog heel veel te verzinnen! En voor iedereen in de sportwereld: SXSW biedt erg veel inhoud over dit onderwerp, met parallelle tracks op één lokatie. Aanrader.

SXSW14 notes – learn & share

SXSW gaat veel over tech. Maar meer dan eerdere jaren ging het nu over wat je daar dan vervolgens mee kan gaan doen. In plaats van het te hebben over de tech zelf.

Twee verhalen sprongen er wat mij betreft uit als het gaat om ‘leren en delen’. 

Het eerste verhaal was meteen de allereerste sessie waar ik heen ging, en dat was de keynote van schrijver/kunstenaar Austin Kleon. Hij hield een betoog over leren. Zijn stelling is dat mensen tegenwoordig te veel dingen voor zichzelf houden, omdat de mythe bestaat dat geniale ideeën uit een vonk van inspiratie komen, bij een genie, in z’n eentje op een zolderkamertje.

Kleon betoogde dat dit niet zo is. Het genie Beethoven had ook een heel netwerk om zich heen van mensen die hem uitdaagden, die hem inspireerden. Zelfde geldt voor beeldende kunst; in het Parijs van de jaren 20 kwamen grote kunstenaars samen, die elkaar allemaal beter maakten. Het gaat dus niet om de ‘genius’ maar om de ‘scenius’ (een term van Brian Eno): de omgeving om je heen, die ideeën laten ontstaan.

Hij stelde dat iedereen dit nu ook meer moet gaan doen. Maar hoe vind je nou jouw ‘scenius’? Dat is makkelijk stelde hij: Leer iets, en laat online zien wat je aan het leren bent. Toon je proces van leren, en niet alleen het resultaat. Daarmee krijg je mensen om je heen in je netwerk die jou gaan helpen, die jou ook dingen gaan laten zien, waardoor jij komt waar je wil zijn.

Wees daarbij geen ‘vampier’ die anderen leegzuigt om er alleen zelf beter van te worden, of ‘menselijke spam’ die anderen overlaadt met vragen zonder zelf iets te doen, zoals bedelen om kickstarter donaties terwijl hij of zij zelf nooit gedoneerd heeft. 

Hiermee verandert ook het hele concept netwerken. Succesvolle mensen netwerken niet, maar gebruiken hun netwerk. Hij zegt:

People spend too much time making connections rather than getting good at something. Successful people share what they’ve learned, and the process by which they’ve learned it. Watching these people is like getting the DVD extras.

They’re not networking, they leverage their network. They’re playing the long game. So don’t chase the next big thing, but chase the thing that lasts.

Een sterk betoog, wat hij ook uitlegt in z’n nieuwe boek Show your work

Het tweede verhaal over leren en delen was helemaal aan het eind van de laatste dag, en was van Tim Ferriss. Hij is natuurlijk bekend van z’n boeken The Four Hour Workweek, The Four Hour Chef en The Four Hour Body. Never change a winning theme, zeg ik maar.

Hij heeft nu een serie gemaakt voor iTunes, “The Tim Ferriss Experiment”, vanaf juni online, waarbij hij steeds in een week iets leert. Beter schaken, lange-afstandszwemmen, drummen, parkour, rally-rijden. En hij laat daarbij zien welke methodes hij gebruikt om dingen snel te leren. Een deel van de afleveringen kan je nu al zien

En hij heeft daarbij goede leraren. Schaken leert hij van Joshua Waitzkin. Die leert hem schaken op de omgekeerde manier als iedere andere leraar, namelijk met het eindspel eerst. Daar moet je heen. Uiteindelijk schaakt Tim na die intensieve dagen naar eigen zeggen ‘een stuk beter’ dan daarvoor. En hij leert drummen van Stewart Copeland, met een aardige stok achter de deur: Na die week moet hij de toegift drummen bij een uitverkocht concert van Foreigner. En nee, niet “I wanna know what love is”. Het belangrijkste wat hij daar leert is: “Don’t try to learn drumming, learn the song”.

Maar bij het leren van sommige dingen zijn geen bochtjes af te snijden. Spaans leren gaat nog redelijk met mnemonics, maar voor Chinees moeten je stembanden echt andere klanken leren maken. En bij het leren van Parkour komt hij er achter dat je wel een sprong kan willen maken, maar als je spieren en pezen daar nog niet klaar voor zijn loopt het slecht met je af. Ja hij raakt flink gewond.

Uiteindelijk vind ik dat je de verhalen van Ferriss niet te letterlijk moet nemen, en dat vindt hij zelf ook. “The goal is not working four hours per week, the goal is to work 10 times as efficiently”. Maar je kan wel wat leren van zijn aanpak. De beste leraren zijn best vindbaar. Als je een sport beter wil leren is zijn advies om contact te zoeken met een verliezende zilveren medaille winnaar, ofzo. Die zijn best bereid om tijd te nemen voor je, als je iets echt graag wil leren. 

De vraag is of dat voor jou en mij ook geldt, als we niet boeken hebben geschreven en een documentaire reeks aan het maken zijn. Maar zo niet, dan ga ik Wim Jonk eens vragen of hij mij kan leren hoe ik mooi een voetbal kan trappen..

 

Boek gelezen – Nederland in Ideeën

boek

Nederland in ideeën. Liefst 101 korte verhalen over innovaties uit het verleden, ontdekkingen van nu en droombeelden over een betere toekomst. De onderwerpen lopen uiteen van ruimtevaart tot economie, van gentherapie tot Big Brother-achtige burgerregistratie.

En dat is best veel. Ieder verhaal is maximaal 4 pagina’s lang. Sommige verhalen zijn mooi en afgerond, sommigen zijn lastiger leesbaar en laten je achter met een ‘en nu?’ gevoel. Een beetje als een TED talk op papier. Maar allemaal kunnen ze je aan het denken zetten, over dingen die je nog niet wist of waar je nog niet over nagedacht hebt.

Het boek leent zich uitstekend om er af en toe even bij te pakken. Even een verhaaltje. En dan weer weg te leggen, even laten bezinken, misschien de schrijver even Googlen, of dat filmpje wat genoemd wordt in het verhaal op te zoeken. En daarmee wordt het boek meer een startpunt voor verder lezen en browsen dan een doel op zich. Als e-book met verwijzingen zou het ideaal zijn.

Verwacht niet dat je na het lezen helemaal bij bent, daar is het boek te breed in opzet en de verhalen te kort voor. Maar Nederland in Ideeën is een fijn boek dat laat zien hoeveel innovaties Nederland en de wereld heeft veranderd, en dat nog kunnen gaan doen in de toekomst.

Bestel bij uw favoriete boekenwinkel of direct bij de uitgever Maven