De Pebble, een week verder

Vorige week schreef ik over mijn allereerste ervaring met de Pebble. Na een weekje bezit is het tijd voor wat volgende gedachten.

Wat is er goed aan?

  • Notificaties op je horloge is fijn. Je telefoon bliept, even kijken op je horloge, en je weet of je je telefoon moet pakken of niet. 
  • Heel kleine apps zijn prettig. Een aftelklokje zodat je weet wanneer je patat uit de frituurpan moet. Een weer-app om te zien wat de voorspelling is. Foursquare zodat je kan inchecken zonder je telefoon te pakken.
  • Het batterijleven is acceptabel. Hij doet een dag of 4-5 op een keer laden. 

Wat is er frustrerend aan?

  • De bijbehorende app op iPhone is erg instabiel. Om de haverklap verliest hij de verbinding met het horloge. En dan werkt alles niet meer. Dit gebeurt mij meerdere malen per dag. 
  • Geen touch screen. Alles moet met de knopjes op de zijkant, en dat is niet meer van deze tijd. De iPod nano bewijst dat een piepklein touchscreen prima te bedienen is.
  • De apps zijn matig. Alles voor de Pebble is gratis voor zover ik kan zien, en dat zorgt er voor dat een ontwikkelaar dus niks te verdienen heeft. So why bother. 
  • De apps proberen te veel. Een horloge app om te zien welke films in je buurt draaien, really? Leuk dat het kán op je horloge, maar op zo’n moment pak je toch echt je telefoon. Die je toch al bij je moet hebben, anders doet je Pebble het niet.
  • Voor sommige apps is er een ‘companion app’ nodig. Die moet je dan eerst starten op je telefoon, en daarna op je horloge via menu naar de app gaan. Dat is volgens mij niet ‘makkelijker maken’ van iets.. 
  • Een eigen oplaadsnoertje. Jawel. Nog eentje om mee te nemen op vakantie. 
  • Het beeldscherm is zwart-wit.
  • Ik vind hem niet bepaald fraai.

De ‘wearable tech’ sector is volop in beweging, en zoals @gijsbregt ook schrijft op sportnext zijn we er gewoon nog niet. Ik blijf bij m’n stelling dat de Pebble de Nokia 3310 van 2014 is. Ik kan me voorstellen dat Apple nog niet met de iWatch is gekomen, zolang dit niet minstens 10x beter is dan de huidige generatie smartwatches zoals mijn Pebble. En als ze komen gaat de huidige Pebble de weg van Nokia. 

Maar ondanks alle handicaps is het toch interessant om te zien welke apps er dan nu gemaakt worden, en om er ervaring mee op te doen. Een app als Twitter werkt niet op een horloge, maar meer simpele en echt context-gebaseerde apps kunnen best nuttig zijn. Volgende keer meer over smartwatch apps die werken. 

Heb jij ervaring met een app die wel werkt, voor jou? Die je echt gebruikt, en blijft gebruiken?

Allereerste ervaring met Pebble

Op nadrukkelijk aanraden van een goede vriend ben ik overstag gegaan en heb ik een Pebble smartwatch aangeschaft. Eigenlijk moet je zo’n smartwatch zien als een extra beeldschermpje voor je smartphone. Alles gaat via bluetooth; het horloge zelf heeft geen gps of internet verbinding, hij leent die informatie van je telefoon.

En wat kan je er dan mee? Handig is om notificaties te zien. Iedere notificatie van je telefoon is meteen leesbaar op je horloge. En in plaats van je telefoon uit je broekzak te peuteren kan je nu meteen zien wat er is. Handig, maar natuurlijk wel een oplossing van een echt luxeprobleem..

Je bent nu echt altijd bereikbaar

Je bent nu echt altijd bereikbaar

Je kan op een Pebble een beperkt aantal apps zetten. Beperkt, want er moet zuinig worden omgesprongen met geheugen en batterijleven. Een leuke toepassing is Foursquare. De app werkt goed: Start Foursquare op je horloge, die verbindt met je telefoon zonder dat je daar iets voor hoeft te doen, en toont de dichtstbijzijnde locaties op het horloge. Eventueel scrollen, en inchecken met 1 keer op een knopje drukken, waarna je meteen een eventuele tip ziet.

1399384351728

Een hoog Inspector Gadget gehalte is navigatie. Een kaartje en aanwijzingen op je horloge. Vet. Lijkt leuk, maar in de praktijk eigenlijk heel onhandig: Het horloge loopt enorm achter, omdat er 1 update van het scherm per 10 seconden ofzo wordt gedaan. Batterijleven, tja.. En dus zie je dat je bij de rotonde de eerste rechts moet nemen, terwijl je al lang voorbij bent. Dus dit is nog geen winnaar wat mij betreft.

1399384411705

En het andere grote nadeel: Je mouw zit er overheen. En dat is los van welk horloge je nou neemt wel écht een nadeel van smartwatches, als het gaat om ‘een extra beeldscherm voor je smartphone’.

En ook Twitter als applicatie op je horloge is in feite niet echt bruikbaar; als je een mention ofzo krijgt zie je die toch wel als notificatie. Als je wil gaan lezen of reageren is zo’n horloge iets wat alleen echte liefhebbers zullen gaan gebruiken.

Moet je een smartwatch kopen? Als je het leuk vindt om te experimenteren en nadenken over wat er allemaal mee kan: Ja, sla je slag en koop een Pebble of iets dergelijks. Veel mensen kiezen er nu voor om even te wachten op een Google of Apple horloge, en eigenlijk is dat het verstandigst. Ik denk dat de ‘state of the art’ Pebble dan in één klap vooroorlogs ouderwets aan zal doen. De zwart-wit tv, de Nokia 3310 van 2014.

sxsw14 notes – DIY Everything with In-Car Augmented Reality

SXSW ging dit jaar meer dan anders over de toepassingen van de technologie en de nieuwe metaforen die we hebben leren kennen. Schreef ik eerder al over de ‘Pinterest for scientists’, in deze sessie over de automobiel-industrie ging het al snel over API’s en app stores. Termen die ze 5 jaar geleden toch niet snel in het openbaar zouden noemen. 

De auto-industrie is er eentje van continue verbeteringen. Nieuwe ontwikkelingen blijven komen, eerst voor luxere auto’s, na jaren doordruppelend naar middenklassers en verder. Deze panel sessie ging over ‘Augmented Reality': Digitale informatie mengt zich met de werkelijke wereld. 

In Amerika is er al lang het OnStar systeem. Het panel begon met een uitleg over dat systeem en hoe ver dat eigenlijk al is. Niet alleen kan dat systeem zelfstandig 911 gaan bellen op het moment dat er een ongeluk is gebeurd, het geeft daarbij ook veel extra informatie door. Zoals: Was er 1 of meerdere klappen. Hoe groot is de kans op verwonding van de inzittenden. De volgende stap voor dit systeem is het direct doorgeven van informatie over de auto aan hulpdiensten, zodat ze precies weten waar ze wel en niet kunnen ‘knippen’ in de auto zonder zelf onder stroom te komen te staan. Bijvoorbeeld via een AR applicatie zodat hulpdiensten dit meteen kunnen zien. 

Steve Schwinke, Director of App Development van General Motors, vertelde over hun ideeën. Met nieuwe modellen van auto’s komen er meer “API’s” voor ontwikkelaars, die aan de slag kunnen via een echt Developers Center op https://developer.gm.com. Het zal dan niet zo zijn dat iedere app meteen gepubliceerd wordt in de app store: GM is zelf heel ervaren in hoeveel tijd (een blik van max 2 seconden) en handelingen (3 tot 4) een toepassing mag kosten om niet te veel af te leiden, en zullen deze normen toepassen. 

Zelf zijn ze bezig met eye-tracking voor de bestuurder. Hiermee kunnen ze zien of hij/zij nog goed oplet en niet in slaap dommelt, maar kunnen ze ook zien naar welke dashboard onderdelen gekeken wordt. Zo worden voice commando’s een stuk beter: Kijk naar de airco, en zeg ’20 graden’, het systeem zal je dan veel makkelijker kunnen begrijpen dan bij de huidige voice interpretaties. Ook doet GM onderzoek met de gegevens: Als er te vaak te lang gekeken wordt naar een knopje is dat misschien niet goed ontworpen. 

Apps moeten ook de vervanging worden van handleidingen. Wat betekent dat dashboard lampje?  Audi heeft nu al een app (eKurzinfo) waarbij je de camera er op kan richten, waarna de app gaat uitleggen wat het lampje of knopje is en wat het betekent. En als je de olie moet bijvullen laat de app via AR zien welk dopje daarvoor is, onder je motorkap. Ook met projectie; je ziet ‘door je telefoon’ het beeld van je motor, en met een grote bewegende pijl wordt gewezen naar de oliedop. Die app kan je nu al gebruiken met een nieuwe A1 of A3. Bekijk de demo-video hier:

En voor de liefhebbers van snelheid: Op de nieuwe Corvette zit een data-recorder die camerabeeld opneemt en allerlei informatie daar bij projecteert. Ontwikkeld door een game-developer. Vette demo-video:

Al met al een fijne sessie, mooi om te zien dat zelfs de auto-industrie bezig is met echt nieuwe toepassingen, en benieuwd welke creativiteit we gaan zien bij komende apps. Erg cool om bij de auto-gegevens te kunnen. Ik hoop dat API’s net zo gewoon gaan worden als ABS.

SXSW14 notes – sport: Arena vs Couch

De sportwereld en de tech-wereld. Bij SXSW kwamen ze dit jaar samen in een speciaal ‘sxsports’ track. Sessies over onder andere sport & big data, sport & drones (daarover later meer), en sport & media. Daarover nu. 

Het panel bestond uit Brian Srabian (director digital media bij de SF Giants), Bob Morgan (Sportstre.am, nu Facebook) en Jordan Maleh (director digital marketing van de University of Michigan). 

Het onderwerp was: The Arena vs the Couch: The battle of game day experience. De toon werd gezet door Mark Cuban te citeren, die eerder blogde “People can’t clap if they’re holding a smartphone”. Het idee van Cuban is dan ook: Geen wifi in de stadions. Dan blijft de ervaring beter, omdat je opgaat in de wedstrijd in plaats van in je telefoon.

De heren van het panel waren het hier niet helemaal mee eens en zagen juist mogelijkheden. Omdat fans online konden posten werd het stadion aantrekkelijker voor de thuisblijvers. Srabian van de Giants zei ook: Juist door de online foto’s heb ik een wedstrijd bijwonen in The Big House (het enorme Michigan football-stadion) op mijn bucketlist gezet. 

“The Instagram is the new ‘Wish you were here'”

Kunnen clubs zelf meer? Jazeker. De clubs creeëren niet alleen content, ze kunnen het ook de fan-content cureren. Instagram video’s van 15 seconden lenen zich uitstekend om op het grote beeldscherm in het stadion te laten zien. Bij de Giants is een groot beeldscherm waar permanent Tweets en Instagram content op langs komt, het ‘@SocialCafe’, zichtbaar voor fans in het stadion. Van belang is dat clubs de platforms goed begrijpen. Instagram is anders dan Twitter, en weer anders dan Facebook. Bij de Giants is zelfs een stagiair aangenomen voor Snapchat, omdat dit weer een heel andere doelgroep is. Je moet mensen hebben die ‘native’ zijn voor het platform.

En kunnen merken daar ook wat mee? Ja, mits. Srabian vertelde: Onze fans zijn heel slim, ga als merk in op wat de fans willen in plaats van een sponsored message. De promoties waarbij ze zelf de ster worden werken het beste. Voordeel is dat je real-time leert wat er wel en niet werkt. Soms merk je ook dat thema’s na een tijdje oud worden. Merken kunnen zich ook verbinden met succesvolle initatieven van de club, zoals het @SocialCafe.

En we hoeven ook weer niet te bang te zijn voor het spookbeeld van Mark Cuban. Uit onderzoek van Michigan onder studenten die naar de wedstrijden gingen bleek ook dat access niet het belangrijkste is: Gevraagd daarnaar zeiden ze dat ze naar het stadion gaan om de vrienden, om de sfeer en om de wedstrijd. Pas daarna komen wifi en cellular access.

En in de toekomst? Michigan wil meer leren over de fans: Wanneer komen ze, hoe kunnen we dat makkelijker maken. En de Giants zijn aan het experimenteren met iBeacons in de stadions, om bijvoorbeeld te zien waar de rij het kortste is. Tijd is ten slotte het meest schaarse goed, zeker als je met de HDTV en bank concurreert. Dus maak alles zo makkelijk mogelijk in het stadion: 

Volg de sprekers op Twitter: @srabe@b0bm0rgan en @jordanmaleh

Al met al een interessante sessie die me zeker weer aan het denken heeft gezet over de mogelijkheden; er is nog heel veel te verzinnen! En voor iedereen in de sportwereld: SXSW biedt erg veel inhoud over dit onderwerp, met parallelle tracks op één lokatie. Aanrader.

SXSW14 notes – learn & share

SXSW gaat veel over tech. Maar meer dan eerdere jaren ging het nu over wat je daar dan vervolgens mee kan gaan doen. In plaats van het te hebben over de tech zelf.

Twee verhalen sprongen er wat mij betreft uit als het gaat om ‘leren en delen’. 

Het eerste verhaal was meteen de allereerste sessie waar ik heen ging, en dat was de keynote van schrijver/kunstenaar Austin Kleon. Hij hield een betoog over leren. Zijn stelling is dat mensen tegenwoordig te veel dingen voor zichzelf houden, omdat de mythe bestaat dat geniale ideeën uit een vonk van inspiratie komen, bij een genie, in z’n eentje op een zolderkamertje.

Kleon betoogde dat dit niet zo is. Het genie Beethoven had ook een heel netwerk om zich heen van mensen die hem uitdaagden, die hem inspireerden. Zelfde geldt voor beeldende kunst; in het Parijs van de jaren 20 kwamen grote kunstenaars samen, die elkaar allemaal beter maakten. Het gaat dus niet om de ‘genius’ maar om de ‘scenius’ (een term van Brian Eno): de omgeving om je heen, die ideeën laten ontstaan.

Hij stelde dat iedereen dit nu ook meer moet gaan doen. Maar hoe vind je nou jouw ‘scenius’? Dat is makkelijk stelde hij: Leer iets, en laat online zien wat je aan het leren bent. Toon je proces van leren, en niet alleen het resultaat. Daarmee krijg je mensen om je heen in je netwerk die jou gaan helpen, die jou ook dingen gaan laten zien, waardoor jij komt waar je wil zijn.

Wees daarbij geen ‘vampier’ die anderen leegzuigt om er alleen zelf beter van te worden, of ‘menselijke spam’ die anderen overlaadt met vragen zonder zelf iets te doen, zoals bedelen om kickstarter donaties terwijl hij of zij zelf nooit gedoneerd heeft. 

Hiermee verandert ook het hele concept netwerken. Succesvolle mensen netwerken niet, maar gebruiken hun netwerk. Hij zegt:

People spend too much time making connections rather than getting good at something. Successful people share what they’ve learned, and the process by which they’ve learned it. Watching these people is like getting the DVD extras.

They’re not networking, they leverage their network. They’re playing the long game. So don’t chase the next big thing, but chase the thing that lasts.

Een sterk betoog, wat hij ook uitlegt in z’n nieuwe boek Show your work

Het tweede verhaal over leren en delen was helemaal aan het eind van de laatste dag, en was van Tim Ferriss. Hij is natuurlijk bekend van z’n boeken The Four Hour Workweek, The Four Hour Chef en The Four Hour Body. Never change a winning theme, zeg ik maar.

Hij heeft nu een serie gemaakt voor iTunes, “The Tim Ferriss Experiment”, vanaf juni online, waarbij hij steeds in een week iets leert. Beter schaken, lange-afstandszwemmen, drummen, parkour, rally-rijden. En hij laat daarbij zien welke methodes hij gebruikt om dingen snel te leren. Een deel van de afleveringen kan je nu al zien

En hij heeft daarbij goede leraren. Schaken leert hij van Joshua Waitzkin. Die leert hem schaken op de omgekeerde manier als iedere andere leraar, namelijk met het eindspel eerst. Daar moet je heen. Uiteindelijk schaakt Tim na die intensieve dagen naar eigen zeggen ‘een stuk beter’ dan daarvoor. En hij leert drummen van Stewart Copeland, met een aardige stok achter de deur: Na die week moet hij de toegift drummen bij een uitverkocht concert van Foreigner. En nee, niet “I wanna know what love is”. Het belangrijkste wat hij daar leert is: “Don’t try to learn drumming, learn the song”.

Maar bij het leren van sommige dingen zijn geen bochtjes af te snijden. Spaans leren gaat nog redelijk met mnemonics, maar voor Chinees moeten je stembanden echt andere klanken leren maken. En bij het leren van Parkour komt hij er achter dat je wel een sprong kan willen maken, maar als je spieren en pezen daar nog niet klaar voor zijn loopt het slecht met je af. Ja hij raakt flink gewond.

Uiteindelijk vind ik dat je de verhalen van Ferriss niet te letterlijk moet nemen, en dat vindt hij zelf ook. “The goal is not working four hours per week, the goal is to work 10 times as efficiently”. Maar je kan wel wat leren van zijn aanpak. De beste leraren zijn best vindbaar. Als je een sport beter wil leren is zijn advies om contact te zoeken met een verliezende zilveren medaille winnaar, ofzo. Die zijn best bereid om tijd te nemen voor je, als je iets echt graag wil leren. 

De vraag is of dat voor jou en mij ook geldt, als we niet boeken hebben geschreven en een documentaire reeks aan het maken zijn. Maar zo niet, dan ga ik Wim Jonk eens vragen of hij mij kan leren hoe ik mooi een voetbal kan trappen..

 

Boek gelezen – Nederland in Ideeën

boek

Nederland in ideeën. Liefst 101 korte verhalen over innovaties uit het verleden, ontdekkingen van nu en droombeelden over een betere toekomst. De onderwerpen lopen uiteen van ruimtevaart tot economie, van gentherapie tot Big Brother-achtige burgerregistratie.

En dat is best veel. Ieder verhaal is maximaal 4 pagina’s lang. Sommige verhalen zijn mooi en afgerond, sommigen zijn lastiger leesbaar en laten je achter met een ‘en nu?’ gevoel. Een beetje als een TED talk op papier. Maar allemaal kunnen ze je aan het denken zetten, over dingen die je nog niet wist of waar je nog niet over nagedacht hebt.

Het boek leent zich uitstekend om er af en toe even bij te pakken. Even een verhaaltje. En dan weer weg te leggen, even laten bezinken, misschien de schrijver even Googlen, of dat filmpje wat genoemd wordt in het verhaal op te zoeken. En daarmee wordt het boek meer een startpunt voor verder lezen en browsen dan een doel op zich. Als e-book met verwijzingen zou het ideaal zijn.

Verwacht niet dat je na het lezen helemaal bij bent, daar is het boek te breed in opzet en de verhalen te kort voor. Maar Nederland in Ideeën is een fijn boek dat laat zien hoeveel innovaties Nederland en de wereld heeft veranderd, en dat nog kunnen gaan doen in de toekomst.

Bestel bij uw favoriete boekenwinkel of direct bij de uitgever Maven

my.sxsw 2013

Ik zit weer in het vliegtuig terug van SXSW. Dit jaar was voor de zesde keer. En er was weer veel hetzelfde als voorgaande jaren, maar er was ook veel anders. SXSW is niet de praatjes, het is niet de feesten, het is niet de Amerikaanse sfeer, het is niet de spontane ontmoetingen. SXSW is alles bij elkaar. 

Er waren natuurlijk weer mooie praatjes bij. Er was een mooi verhaal over de Shanzhai, het informele Chinese netwerk van bedrijven en bedrijfjes die fake spulletjes maken. Van horloges en tassen tot metro-pasjes. Verbazend was hoe groot die organisatie is: er werken 16 miljoen mensen in. En leerzaam was hoe het was opgebouwd: Allemaal losse bedrijven, die met groot vertrouwen op een heel open manier samenwerken. Juist door sterk te specaliseren, alles te delen en niks voor jezelf te houden maak je met z’n allen tempo. Als een bedrijf het ontwerp heeft gemaakt voor het achterkantje van een bepaalde Nokia zetten ze dat bestand online zodat iedereen het kan gebruiken. Toen Canada z’n metropasjes ging voorzien van een hologram sticker hadden de Shanzhai dat binnen een jaar ook. Deze ideeën kan je gebruiken in je bedrijf. Wat is je specialiteit echt? En hoe radicaal kan je die inzetten en de rest juist heel open delen?

De Stanford gedragspsycholoog BJ Fogg vertelde over menselijke gewoontes, en waarom het vaak niet lukt om gedrag te veranderen. Ook al wil je dat nog zo graag. Een sterk verhaal over ‘kleine gewoontes’, het stellen van kleine doelen hoe je die moet verankeren in je leven. En dat heeft heel veel te maken met interactive, want veel apps en hardware hebben nodig dat ze vaak gebruikt worden. Een Nike Fuel bandje of een Twitterende weegschaal alleen is niet genoeg om iemand meer te laten bewegen, er hoort een doel bij. Een betaalmodel met klein terugkerend bedrag is succesvoller dan eenmalig een grote, omdat het een kleinere stap is. Een kleine gewoonte die succesvol kan zijn als de juiste trigger met de juiste actie op het juiste moment georganiseerd kan worden. Daar gaat het om, ook in jouw app of dienst.

Dan waren er een aantal grotere keynotes. Tina Roth Eisenberg gaf een heel persoonlijk verhaal over haar leven, inclusief kindertekeningen en ze verzocht de zaal een wave te doen zodat ze dat kon filmen voor de familie in Zwitserland. Beetje kneuterig. Maar haar verhaal was wel aardig ingedeeld: Ze beschreef de 11 regels waar ze naar leefde, en had bij iedere regel een mooie anecdote of uitleg. Don’t complain, make things. Ignore haters. If an opportunity scares you, take it. Op zich kan je deze zien als open deuren, maar maak die regels maar eens voor je eigen leven. Volgens welke regels leef jij? 

De keynote van Elon Musk was ook bijzonder. Iemand die heel grote doelen stelt, en ze nog waarmaakt ook. En in detail weet waar het over gaat, in detail snapt hoe het zit met warmte in lithium-ion batterijen en hoe ze dat oplossen bij Tesla. Ook daarvoor geldt: Wat zijn jouw heel grote doelen? Wat zou je willen veranderen of maken in de wereld? En hoe genadeloos ben je om dat te bereiken, in welke gore details moet je je verdiepen?

Schrijver Nate Silver had een goed verhaal over statistiek en voorspellen, en waarom dat zo vaak mis gaat, en wanneer niet. Signaal en ruis. Esther Dyson had het over de wereld die zij interessant vond, waarbij het haar ging om het beter maken van de wereld. “Ik investeer liever in een Afrikaanse health-startup dan in een video sharing dienst voor rijke blanke mannen”. Ze was wel kritisch over de startup cultuur, er zijn volgens haar te veel mensen bezig met te kleine startups waardoor er te weinig konden groeien, omdat degene die je zou willen inhuren ook in een eigen startup bezig was. Datzelfde sentiment hoorde ik ook van de CEO van Uber: “Als je 20% maand over maand groeit gedurende 30 maanden kan je geen ‘lean’ startup blijven. Dan moet je spieren krijgen.” Een frisse andere kijk op de wereld waarin alles soms wel om de nieuwste hipste kleinste startup lijkt te gaan.

De keynote van Stephen Wolfram was ook heel bijzonder. Ook iemand die even iets neerzet, met eerst Mathematica en nu Wolfram Alpha. Hij liet voorbeelden zien van wat er nu al mee kan en dat ze bezig zijn om er omgevingen omheen te bouwen, en de doelen die hij er mee heeft. Net als Musk, Silver en Eisenberg is hij iemand die op z’n doel afgaat, en zich totaal niet laat afleiden. Maak het maar eens. Helden zijn het. 

Andere kleinere verhalen waren meer concreet. Een verhaal van de manager van de media rond voetbalclub Arsenal liet zien hoe ze hun online content organiseren. Hoe werk je samen met de spelers, de club, de fans. En waar moet je om denken, zoals het niet gebruiken van humor in je uitingen na een verlies. Daar zitten de fans dan niet op te wachten. 

Ook goed was het verhaal van Werner Vogels, CTO van Amazon.com. Hij liet zien hoe de nieuwe mogelijkheden die de cloud infrastructuur bieden je dwingen om anders te gaan kijken naar je applicatie. Over hoe je je applicatie moet zien als losse componenten, zo veel mogelijk schaalbaar langs de dimensie waarlangs je ook geld verdient, en hoe je dat doet. Over hoe je pieken en migraties kan opvangen door ‘gewoon’ tijdelijk extra instanties bij te schakelen. Dat was vroeger ondenkbaar, nu is het makkelijk en relatief goedkoop. Het evangelie is bekend maar het verhaal is sterk en het is een denkwijze die langzaam door moet dringen. 

Maar SXSW is natuurlijk veel meer dan alleen deze inhoud. Het is ook de ontmoetingen. Omdat er zo veel te zien is (op sommige momenten telde ik ruim 60 sessies parallel) is de keuze die je maakt belangrijk, en is degene die naast je zit bij een praatje waarschijnlijk een zeer gelijkgestemde geest. En hoe meer concreet je eigen verhaal is, hoe groter de kans dat je iets aan elkaar kunt hebben. Het zijn allemaal intelligente, open en geïnteresseerde mensen. En SXSW is ook ‘s avonds uithangen met bekenden en onbekenden, feestjes afstruinen en nieuwe buurten ontdekken. Dit jaar was er veel te doen in Rainer St, en hebben we op de laatste avond ook ontdekt hoe leuk het stukje van 6th Avenue is ten oosten van de snelweg, “het Brooklyn van Austin”, weg bij het hoge testosteron-niveau van 6th tussen Congress en Red River.  

Dus daar gaan we volgend jaar meer naar toe.

Revenge of the nerds

Eerste sessie van de Sloan Sports Analytics Conference is meteen een topper. Panel met Michael Lewis (schrijver van Moneyball), Marc Cuban (Eigenaar Mavericks), Nate Silver (auteur The Signal and the Noise), Paraag Marathe (COO 49’ers) en Daryl Morey (GM van de Houston Rockets). Een paar van de onderwerpen die langs kwamen.

Hoe ga je om met statistieken in een sportclub?
Michael Lewis zei dat de vele boze reacties op Moneyball hem verbaasd hadden, maar het daarna ook wel begreep want het ging mensen hun baan kosten. Een club is gewend te werken op een bepaalde manier, en de sportwereld is relatief gesloten voor de buitenwereld. Iets wat Marathe ook noemde, en Cuban vertelde over hoe hij als eigenaar behoorlijk werd aangepakt, “wat weet jij er nou van, knul” door z’n eigen mensen. Marathe noemde als grootste uitdaging voor een statistiek-gedreven initiatief ook dat je heel veel moet communiceren zodat het een groepsbeslissing wordt, in plaats van een idee van die Indiase vent met z’n cijfers. Inmiddels is het in de VS wel meer volwassen geworden, en worden stats samen met andere kenmerken gebruikt. Scouts kijken naar stats als ‘baseline’, en kijken dan zelf naar de persoonlijkheid en andere aspecten van een speler om te kunnen inschatten of deze een succes kan worden.

Wat is er nog te weinig verkend?
In basketbal gebeurt er nog te weinig met de beweging van de spelers. Van iedere speler en de bal wordt 30x per seconde de positie vastgelegd, en dat is een nog relatief nieuwe berg data waar de nodige winst uit te halen is. In football wordt er nog te weinig gekeken naar het mentale aspect. Het atletisch vermogen van spelers is erg soortgelijk, maar psychologisch zijn er grote verschillen in hoe spelers omgaan met een fout, of juist een succes. Ook is blessure voorkoming belangrijk, als je belangrijkste speler er 4 wedstrijden naast zit kan je seizoen verpest zijn.

Wat is het volgende grote?
Alle panel leden waren het eens over ‘in game strategy’ als grote verbetering waarbij stats nog goed kunnen worden ingezet. Zelfs bij football wordt het nog niet gedaan en wordt de beslissing over run vs pass, of wat te doen bij een 4th down nog altijd ad hoc genomen. Zelfde bij basketbal, ‘We doen tijdens de wedstrijd nog altijd hetzelfde als 20 jaar geleden’ en er wordt veel te weinig gebruik gemaakt van de live stats, met name de xy data.

Wat is nog moeilijk te meten?
De kwaliteit van coaches wordt nog weinig naar gekeken. Een goede coach kan veel meer uit een speler halen, daar kan heel veel verdiend worden. Ook het samenspel tussen de coaches, spelers en overige staf. De chemistry. Vullen ze elkaar goed aan. Cuban vertelt ook over organizational dynamics: wat gebeurt er tussen spelers, wie loopt er eerder uit de huddle, wie zit stiekem te vloeken in z’n handdoek. Dat is mensenwerk en daar moet je bovenop zitten. En dat doet hij ook, tot verbazing van z’n andere staf. Maar hij is het gewend uit het zakenleven. En dat blijkt dan toch nieuw te zijn voor de sportwereld.

Al met al een heel goed panel, veel goede anekdotes. Zoek de video op als hij online komt.

Vakantietips zuidwest USA

De afgelopen drie weken waren we op vakantie in het zuidwesten van de VS. Iemand vroeg me om tips, vandaar dit stukje. Hieronder het ‘rondje’ wat we maakten plus mijn bevindingen.

  1. Los Angeles – Kinderen (5, 9 en 13) en zelf een beetje ont-jetlaggen, en de stad verkennen. We zaten in Santa Monica, erg fijne buurt met strand. Highlight was het Getty Center, een werkelijk prachtig museum met mooie oude meesters. Maar ook gewoon rondrijden en in de verschillende buurten stoppen voor een snack is fijn, de kinderen vinden het prachtig om al die beroemde namen in het echt te zien. Ook erg leuk waren de Food Trucks, check het schema op socalmfva.com. Broodje halen en op het gras opeten was erg gezellig. Iedere dinsdagavond in Santa Monica.
  2. Las Vegas – Het was augustus. Het was heet. Heel heet. Iedere dag boven de 40 graden. Maar het was wel heel gaaf. ‘s Avonds wandelen langs de strip, om te kijken bij al die malle piratenshows, fonteinen en vulkanen voor de hotels. Check het schema waarmee ze allemaal beginnen. Las Vegas is heel leuk voor kinderen, er is zo veel te zien. Ook nog even tripje naar de indrukwekkende Hoover Dam gemaakt, met de auto is dat drie kwartier. Het is gaaf de nieuwe Memorial Bridge op te lopen, met uitzicht over de Hoover Dam.
  3. Zion National Park – Geweldig. Hier waren we maar 2 nachten, eigenlijk een misser want hier kan je je zeker 4-5 dagen vermaken. Er rijden continue shuttlebussen door de vallei die stopt bij alle beginpunten van wandelingen, van licht tot zwaar, van kort tot lang. Er is heel veel moois te zien, neem de tijd. Highlight van de hele vakantie was wandelen door een kloof met riviertje.
  4. Grand Canyon – Let op waar je zit, North Rim is rustig, South Rim is veel drukker en toeristischer. Maar daar zijn de helikoptertours. Mocht je willen brassen dan is dat een absolute aanrader.
  5. Palm Springs – Een noodzakelijke tussenstop onderweg, maar ook een mooie bestemming wegens Joshua Tree National Park, ook daar kan je wandelen tussen bizar mooie natuur. Eettip: De supermarkt Ralph’s (overal te vinden) heeft vaak een broodjesbalie waar ze heerlijke dingen maken.
  6. San Diego – Heel fijne stad. Hier waren we 4 nachten, was best fijn om rustig op het strand te hangen. De Zoo en Sea World hebben we overgeslagen. Wel hebben we de kinderen meegesleept in een winkelsessie bij Fashion Valley Mall.
  7. Terug naar LA, waar we Disney World (makkelijk bereikbaar vanuit San Diego) en Universal Studios Hollywoord hebben gedaan. Allebei natuurlijk heerlijk voor de kinderen. Voor Disney zijn er handige iPhone apps voor wachttijden. En tja, die rijen.. het hoort er bij, en het was nergens echt vervelend. 

Het is heel handig om een mobiele internetverbinding te hebben; je kan dit doen met een Droam die je kan huren bij droam.nl. Omdat ik wel vaker in de VS ben heb ik zelf een T-Mobile mobile hotspot gekocht, een klein apparaatje waar je pre-paid data op kan zetten. Even een T-Mobile shop binnenlopen en je hebt hem. Voor $50 had ik 5GB aan data, genoeg voor de hele vakantie. Het apparaatje zelf kost iets van $100 meen ik, maar die had ik dus al. Let op: In Utah en Arizona (Zion en Grand Canyon) had ik weinig tot geen verbinding. Wat ook wel weer hielp in het genieten van de natuur ipv op Twitter te hangen. ;-)

Onmisbaar is de Yelp app. Restaurants zijn dan makkelijk te vinden, en je hebt eigenlijk nooit een misser daardoor. Maar ook voor andere dingen is het handig. Tip: het heet ‘coin laundry’ daar. ;-)

We hebben dus gekozen om een ‘zuidelijk’ rondje te maken, en niet richting Yosemite en San Fransisco te gaan. Dat is een andere optie die een andere keer komt, want ook dat is prachtig. De reden dat we dat niet deden is omdat daar een paar lange autoritten in zitten, en we wilden niet een hele dag rijden maar overal korte stukjes. De meeste ritjes die we hadden waren 2-3 uur, met een langere van LA-Vegas (5 uur) en Grand Canyon-Palm Springs (7 uur). Goed te doen. Zonder kinderen kan je anders kiezen. 

 

Boek gelezen – Beter dan echt

“Een spel spelen is een vrijwillige poging om overbodige hindernissen te overwinnen”. Met deze definitie begint ‘Beter dan echt’ van Jane McGonical. Het zet meteen de toon voor een mooie, diepe en brede analyse van games. Want waarom investeren we toch zo enorm veel tijd en geld in spelen? Waarom vinden we het zo leuk?

McGonical legt uit wat de kenmerken zijn van games en waarom ze zorgen voor een geluksgevoel, en laat zien waar deze elementen opduiken. Uiteraard in ‘echte games': Waarom spelen we World of Warcraft en Wordfeud? Maar ze laat ook zien dat de elementen terugkomen in de echte wereld zoals in Nike+: Door het online sociale spel-element doe je tijdens het sporten beter je best. En dezelfde kenmerken komen terug in het succesvolle project van the Guardian waarin Britten de gescande bonnetjes van hun MP’s konden bekijken en aangeven welke nader onderzoek verdiende. Het succes van deze site (liefst 56% van de bezoekers van de site deed daadwerkelijk mee!) zat in een aantal subtiel ingebrachte game elementen. Dankzij het framework van McGonical herken je ze. En zie je hoe de echte wereld beter kan worden door games.

Ondernemers die een product hebben met een ‘spel element’, of dat willen maken, zullen veel aan dit boek hebben. Het laat zien wat er nodig is om je gebruikers echt te betrekken bij het spel; een paar badges en een leaderboard is niet genoeg.

Maar ook mensen die anderen moeten overtuigen waarom gamification kan werken zullen veel aan dit boek hebben. De opbouw is helder, na het lezen begrijp je echt waarom spel werkt. En het bevat talloze uitgebreide voorbeelden, met analyses waarom ze werken.

Eigenlijk is dit boek een aanrader voor iedereen die, al dan niet serieus, met spel bezig is. Zet maar bovenaan je vakantie leeslijst.

Bestel meteen Beter dan Echt – Jane McGonical maar bij bol.com>